What goes around comes around

Ik geloof in karma. Het is een beetje zoals in dat liedje van Sinterklaas: “Wie goed is krijgt lekkers, wie stout is de roe.” Ik weet eigenlijk niet wat een roe is, misschien is dat wel een heerlijk stuk taart, dus dan gaat de vergelijking niet op. Maar ik ben te lui om de betekenis op te zoeken, en ik denk dat Sinterklaas ook in karma gelooft. Dus neem het nu maar gewoon van mij en die brave oude man aan. De basisbetekenis van karma is simpel: alles wat je doet, zegt of denkt komt naar je terug. Als je een goede daad verricht zal je daarvoor beloond worden door het universum. Als je iets slechts doet, zal je gestraft worden. Easy peasy.

Een paar voorbeeldjes. Daarnet stuurde ik een foto van een dikke eclair naar mijn collega die samen met mij op dieet is. Dat mag natuurlijk helemaal niet, ik mag ons niet op het verkeerde spoor brengen. Resultaat: de foto was te groot om te openen en haar computer is gecrasht. Ik voelde me schuldig en ben nu al uren met een knorrende maag aan het denken aan taart en roomsoezen. Karma! Twee weken geleden zag ik onderweg met de scooter iemand die ik niet wou zien, ik draaide bewust mijn hoofd zodat ik niet zou moeten stoppen. Drie minuten later reed iemand mij aan, en was mijn scooter kapot. Dat was wel geen evenredige straf, want de rotzak was enorm in de fout, gaf achteraf verkeerde contactgegevens door en bezorgde mij veel tranen, een dikke rekening bij de garage en een trauma van jewelste. Maar ik probeer het mij niet aan te trekken, omdat ik weet dat die man nu enorm veel slechte karma naar buiten gestuurd heeft en die uiteindelijk dus ook wel zal terugkrijgen.

De twee voorbeeldjes hierboven zijn nu toevallig twee zaken waarin ik de schuldige was. Maar het omgekeerde is natuurlijk ook waar. Als je écht gelooft in karma, zoals ik dat doe, begin je vanzelf beter te leven. Je probeert zo veel mogelijk goede dingen te doen voor jezelf en de buitenwereld, omdat je weet dat je beloond zal worden. Soms is het goede gevoel achteraf al een beloning op zich. Je roddelt minder, want je wil toch niet dat er ook over jou geroddeld wordt? Je probeert minder snel mensen te veroordelen, want je wil zelf niet veroordeeld worden. Redelijk egoïstisch, maar als dat de wereld een leukere plek maakt, why not? Als je je aan de basisbeginselen houdt, word je ook rustiger. Als iemand je bewust kwetst, raakt het je minder. Je geeft het over aan het universum en dat zal wel bepalen wat de gevolgen zijn.

Er gebeuren natuurlijk ook slechte dingen met mensen die het absoluut niet verdiend hebben. Mensen die ziek worden hebben daar niet om gevraagd. Huizen en levens kunnen verloren gaan door natuurkrachten die sterker zijn dan de wil van de mens. En af en toe voel je je gewoon rottig omdat je PMS hebt. Soms is het leven gewoon een dikke hoop stront, en kan je daar helemaal niets aan doen. Maar vaak krijg je kleine cadeautjes van het universum, of een waarschuwing dat je je beter moet gedragen. En wie wil er nu op een slecht blaadje staan bij het universum? Daar haalt Sinterklaas zijn informatie, en blijkbaar is die roe echt niet leuk…

Stinkfruit voor in je stinkschoentje

Sinterklaas komt eraan, en dat kan je ruiken. De constante stroom van folders van speelgoedwinkels, zeurende en verwende kinderen die met hun snotterige neusjes tegen vitrines staan geplakt, de verleiding van koekjes en chocola die op straat uitgedeeld worden,… Dat vind ik allemaal niet erg! Ik vind die hele fantasiewereld wel leuk, en ga er ook gewillig in mee. Dit jaar zetten mijn vriend en ik ook onze schoen, en hem kennende zal ik er op 6 december een lief cadeautje in vinden. Dus ik ben niet tegen Sinterklaas. Ik zal je zeggen waar ik wél tegen ben. Tegen mandarijntjes. Ik haat mandarijntjes. Het zijn kleine, zure stinkbollen en ik snap niet hoe iemand zoiets in zijn mond kan verdragen.

Wat mij het meest stoort, is dat mensen de vreemdste momenten uitkiezen om zo’n vieze oranje stinkerds op te eten. Ze eten ze niet tijdens een gezellige picknick in het park. Ze eten ze niet als de wind door hun haren blaast op een mooie dag op het strand. Ze eten ze niet bij een barbecue in de tuin. Ze eten ze kortom niet als er frisse lucht aanwezig is. Neen, mandarijntjeslovers verorberen hun lievelingsvrucht het liefst op plekken waar zo veel mogelijk mensen op een zo klein mogelijke oppervlakte zitten of staan. In de trein naar huis op het spitsuur, wanneer de meeste mensen al op het randje van agressief zijn omdat ze zo dicht bij elkaar moeten zitten. Of in een overvolle lift, wanneer je net langs elke verdieping halte moet maken. En ze weten dat het ergerlijk is, dat zie je aan de schuldige blik in hun ogen als ze zien hoe de mensen rondom hen hun neus ophalen. Ze weten dat ze zorgen voor een onuitstaanbare geur, en kijken daarom enorm verdrietig. Of misschien zien ze er zo down uit omdat ze beseffen dat hun stinkende handen hen uren later nog zullen herinneren aan hun muffende fruitige tussendoortje.

Dus dit is een oproep voor de hele wereldbol: gelieve vanaf nu in het openbaar alleen nog maar welriekend voedsel te eten. Aardbeien, vers brood, zelfgebakken cake, vanillepap, gebraden kip,… Allemaal toegestaan! Maar mandarijntjes, zuurkool, stinkkaas (geef toe, de naam zegt het zelf), rijstkoeken, ingewanden,… Hou die maar voor een eenzaam avondje voor de tv, als je tijdens het eten en achteraf geen contact meer moet hebben met mensen met een goed functionerend reukorgaan. De firma dankt u.

Ritueel bibberen

Ik heb het koud. Iedereen heeft het steeds maar over de opwarming van de aarde, maar daar voel ik momenteel toch bitter weinig van. Als het dan toch warmer wordt, waarom voel ik dan de nood om mij ’s ochtends aan te kleden als een Eskimo? Hoewel, waarschijnlijk is het in een iglo nog warmer dan in ons appartement. Ik heb al spijt van de afspraak die ik met mijn vriend gemaakt heb: de verwarming mag pas aan als het uur veranderd is. Dus ik moet nog een paar dagen zien te overleven. Niet alleen ’s ochtends zie ik af, ook de avonden zijn geen pretje. Volgens mij sluipt er iemand elke dag mijn woonst binnen, en steekt die iemand mijn dekens in de diepvriezer. En haalt ze er dan uren later weer uit, net voor ik moet gaan slapen. Gewoon om mij te pesten. Gelukkig kan ik mij telkens warmen aan mijn vriend en aan het vooruitzicht van de volgende ochtend. Want van 7u28 tot 7u37… Dat zijn de leukste minuten van de dag.

Iedereen heeft een ochtendritueel. Sommige mensen timen alles, anderen willen een vaste volgorde in alles wat ze doen. Zo ben ik ook. Ik moet mij eerst wassen en dan pas mijn tanden poetsen. Ik mag er niet aan denken om eerst mijn tanden te poetsen, dat is gewoon niet logisch in mijn routine. Ik hou heel erg vast aan mijn volgorde. Om 6u56 gaat mijn eerste wekker af op mijn nachttafeltje. Vier minuten later gaat het signaal van mijn andere wekker, die op een tafel aan de andere kant van de kamer staat. Zo word ik gedwongen om recht te staan, dat helpt me om beter wakker te worden. Ik neem dat wekkertje mee terug naar bed, laat het nog twee keer afgaan, telkens met tien minuten tussen. Het gaat dus de laatste keer af om 7u20. Vijf minuten later klinkt het laatste alarm: mijn gsm. Als die begint te krijsen, weet ik dat ik écht moet opstaan. Ik zet mij recht, en staar nog een paar minuten om me heen om te wennen aan het idee “opstaan”. Dan rol ik uit bed en kruip ik twee meter verder, naar de badkamer. Daar staat mijn trouwste vriend op me te wachten: mijn klein elektrisch vuurtje. Ik rol me helemaal in een bolletje, leun tegen de deur van mijn badkamerkastje, en kruip dan negen minuten lang weg in mijn warme wereld. Pas daarna kan mijn dag echt beginnen. En tijdens die negen minuten mag ik niet gestoord worden, dat weet iedereen die mij een beetje kent. Die minuten zijn bepalend voor de rest van de dag. Misschien is het bijgeloof, maar dagen waarop ik om de een of andere reden niet voor mijn vuurtje kan zitten, lopen meestal niet goed af…

Dus dit is mijn actieplan om de koude dagen door te komen: ik sta mezelf toe om 15 minuten voor mijn vuurtje te zitten. Of 20. Of waarom niet meteen een half uur?! Drastische tijden vragen om drastische vuurtjesminuten. En de rest van de tijd zal ik moeten aftellen tot zaterdag, want dan mag de verwarming op. Die avond is toevallig ook onze housewarming party. Ik waarschuw iedereen die uitgenodigd is nu al: ik ga de verwarming zo hard zetten dat jullie denken dat jullie op een beachparty in Egypte zijn. Mwoehahaha!

Pelgrim voor een dag

Morgen ga ik mijn grenzen verleggen. Ik ga met mijn vrienden naar Scherpenheuvel stappen. Een afstand van 40 kilometer. Vraag mij niet hoe, wanneer, waar of waarom, want ik weet het niet. Ik weet niet hoe, want ik heb er helemaal de conditie niet voor. Ik weet niet wanneer, want ik kan totaal niet inschatten of we er acht, tien of twaalf uur over zullen doen. Ik weet niet waar, want ik heb geen oriëntatievermogen en heb de routeplanning dus overgelaten aan een medestapper. En ik weet al helemaal niet waarom. Het is een goed voorbeeld van een idee dat ontstaat in een gekke bui op café en dan later toch weer boven water komt.

Het is allemaal mijn eigen schuld. Ik vertelde mijn vrienden een aantal weken geleden, tijdens een gezellig avond op een terrasje, het verhaal van een ex-medestudent die te voet op weg was naar Santiago de Compostella. Hij was helemaal alleen op stap, en via Facebook konden de geïnteresseerden zijn tocht volgen. Ik was daar danig van onder de indruk, en deelde mijn bewondering met mijn maatjes. Ik droom al lang van zo’n grote pelgrimstocht, maar voor zoiets heb je een goede conditie, doorzettingsvermogen, geld en heel veel vakantiedagen nodig. Met die doorzetting zit het wel snor, maar mijn conditie is nog in de opbouwende fase (hoera voor eufemismen) en mijn geld en vakantiedagen zijn op. En toen zei iemand: “Waarom gaan we niet gewoon om te oefenen al eens naar Scherpenheuvel?”

Het voorstel werd eerst wat weggelachen. Dat zouden we toch nooit kunnen, zo’n afstand op één dag wandelen? Of toch? Misschien was het wél haalbaar, met een goed plan en een strakke voorbereiding? En we zijn toch helemaal niet gelovig, waarom dan juist Scherpenheuvel? Of kunnen we dat gewoon als een symbolische plek zien? Beetje bij beetje werd het plan concreter. Gedreven door enthousiasme (en alcohol?) namen we onze agenda’s erbij en legden we een datum vast. Achteraf werd de datum naar achter verzet, omdat we toch wat meer voorbereidingstijd nodig hadden. En je weet wat ze zeggen, uitstel is meestal afstel.

Maar nu, een paar weken later, is het toch zover. Morgen vertrekken we om 9 uur ’s ochtends, gewapend met een rugzakje vol graanrepen, extra kousen, water en pleisters voor op de blaren. We hebben zelfs een heuse volgauto, die ons kan voorzien van extra water en aanmoedigingen. Maar ergens in mij zegt een klein stemmetje dat die volgauto ook wel handig kan zijn als ik het niet meer zie zitten. Ik wil mijn best doen, maar ik wil ook realistisch blijven. En ik wil vooral ook plezier hebben, dus daarom heb ik mezelf beloofd dat het geen schande is om op te geven. Het is niet erg als ik na drie kilometer al aan de kant van de weg lig te wenen, want het is maar voor de lol! En als ik het wonder boven wonder toch zou halen, dan brand ik een kaarsje voor mezelf. Dat heb ik dan wel verdiend. Wish me luck…