Start To Shoe

Ik heb ontdekt waarom mensen te weinig aan lichaamsbeweging doen: het is onmogelijk om er elegant uit te zien tijdens het sporten. Of toch zeker tijdens het lopen. Je kan proberen, maar het zal je niet lukken. Een mooie outfit, een flesje water van een cool merk, je haar perfect in een paardenstaart,… Allemaal leuke hulpmiddeltjes, goed geprobeerd maar toch nog steeds nul punten. Die outfit zal al snel vol zweetplekken en watervlekken uit dat coole flesje zitten, en je haar zal na vijf minuten lijken op een dode, natte rat die iemand tegen je hoofd gesmeten heeft. Zoals veel vrouwen wel weten, kan een outfit gemaakt of gekraakt worden door het bijpassende schoeisel. Maar ook daar kan je geen greintje hoop op vestigen. Dat heb ik het voorbije weekend zelf mogen ondervinden.

Een paar weken geleden besloot ik samen met een vriendin te beginnen aan een loopprogramma. Zij gaat Start To Run volgen, ik stelde zelf mijn eigen programma samen op de site van Asics. Tegen het nieuwe kalenderjaar moet en zal ik vier kilometer kunnen lopen in exact 32 minuten. Een heel ambitieus idee als je weet dat er momenteel een ambulance stand-by moet staan als ik nog maar dénk aan een minuutje rustig lopen. In de fitness is fietsen geen probleem voor mij, roeien lukt vlotjes en zelfs de treadclimber (what’s in a name?) kan ik makkelijk trotseren. Maar lopen lukt mij niet. Niet alleen mijn uithoudingsvermogen laat te wensen over, maar ook mijn loopstijl is niet om aan te zien. Ik wijd er niet graag over uit, maar laat ons zeggen dat ik er op de loopband meestal uitzie als een kruising tussen een huppelende hobbit en een schaap in galop. Maar elk excuus om nieuwe schoenen te gaan kopen is goed voor mij, dus begon ik aan het grote loopavontuur. Joepie, een nieuwe sportoutfit en leuke nieuwe schoenen! En die betere conditie wil ik er ook wel nog bijnemen.

Het afgelopen weekend had ik met mijn vriendin afgesproken om loopschoenen te gaan kopen. We waren superenthousiast en hadden op voorhand al besproken hoe onze perfecte schoen er moest uitzien. Zwart, subtiel, met niet te veel kleuren. Hij moest vooral niet opvallen, zodat we hem misschien nog konden dragen onder onze dagdagelijkse outfit. Met die voornemens liepen we de sportwinkel binnen. Ons enthousiasme voor het lopen verdween als sneeuw voor de zon toen we het aanbod zagen. Alle schoenen waren wit, gecombineerd met een lelijke fluo kleur. En die bobbelige hoge zolen, ik weet dat die nodig zijn voor steun en een goede loophouding, maar moeten die nu echt zo zichtbaar zijn? Het hele idee van sporten om, zoals in mijn geval, gewicht te verliezen, is zo tegenstrijdig. Je doet het om er beter uit te zien, maar terwijl je het doet zie je er slechter uit. Gelukkig waren er wel leuke broeken en topjes in de winkel, zodat we niet alleen met schoenen en teleurstelling naar buiten liepen. Maar toch… Uit pure frustratie zijn we in de Panos een groot stuk pizza gaan eten. Het heeft mij gesmaakt, maar vijf minuten later besefte ik dat ik nu extra lang zou moeten lopen om al die calorieën er terug af te krijgen. En om te lopen moet ik mijn nieuwe foeilelijke oranje schoenen dragen. Grrrrrrr. Evy, wanneer breng je nog eens een nieuw boek uit? Start To Ballet, is dat geen goed idee? Ik heb toevallig hele mooie ballerina’s zien staan in de winkel…

Liefde op de deurbel

Vanaf vandaag is mijn vriend officieel bij mij ingetrokken. In de praktijk woont hij hier al een maand, eind augustus zijn we samen naar Ikea (duh) getrokken om hem eindelijk wat opbergruimte te geven. Gedaan met alles over en weer meesleuren, geen “F*CK, ik moet mij scheren en mijn scheermachine ligt nog thuis!!!”-kreten net voor het slapengaan. Een week later was alles verhuisd, en sinds begin september delen we definitief lief, leed en de afstandsbediening. We hebben alle vakjes in onze kasten verdeeld, we zijn naar de bank gegaan om een gezamenlijke rekening te openen en staan nu elke ochtend om 7u30 met kleine oogjes naar elkaar te grijnzen met een mond, kin en badkamervloer vol tandpasta. Kortom, we wonen op alle vlakken samen. Behalve op het vlak van de deurbel, daar stond tot vandaag alleen mijn naam op. Maar sinds een uurtje geleden verwelkomen onze beide namen onze bezoekers. Een maand geleden hebben we nog al eens geprobeerd om de het naamkaartje te vervangen, maar dat liep iets minder goed af…

Vraag me niet waarom, maar we kregen toen om iets voor middernacht het geweldige idee om ons samenwonen officieel te maken. We trokken naar beneden met het nieuwe papiertje met onze namen op, een schaar, een schroevendraaier en veel enthousiasme. We gingen samen voor de bel staan en keken elkaar trots aan. Dit zou een belangrijk moment worden, hierna was er geen weg terug. De bel zou van ons een echt duo maken, samen onafscheidelijk onder hetzelfde dak. Drie minuten later voelden we ons helemaal één, maar dan als partners in crime die samen terug naar boven stormden, hand in hand en giechelend als een stel kleine kinderen. We waren té enthousiast geweest, en met het openen van het kleine deurtje voor onze bel hadden we per ongeluk alle bellen laten afgaan. En niet eventjes een klein piepgeluid, maar zeker vijf keer een oorverdovend lawaai, verspreid over het hele gebouw. Op het moment zelf schaamden we ons dood, maar een maand later kunnen we er nog steeds heel hard om lachen.

Mijn vriend en ik kennen elkaar al zeven jaar, en waren samen tijdens alle belangrijke fases van onze jeugd en jongvolwassenheid. Af en toe liepen onze wegen parallel van elkaar, dan waren ze weer mijlenver weg, soms kruisten ze elkaar. Dat laatste zorgde soms voor serieuze kettingbotsingen, maar nog vaker voor onvergetelijke vreugde. Ik zie ons verleden samen als de repetitie voor wat nu aan het gebeuren is. Onze relatie kwam er met wat vertraging, net als andere dingen die we samen doen. De deurbel, volgende maand een housewarmingparty ondanks het feit dat ik hier al een half jaar woon, de afwas die een paar dagen blijft staan… Maar ik vind dat niet erg. Het zit nu echt goed, en dat zou niet zo zijn zonder alle voorbije jaren die ons gevormd en gekneed hebben tot wie we nu zijn. En wie we nu zijn, zijn twee giechelende debielen die samen heel het gebouw op stelten zetten in het midden van de nacht, gewoon om aan de hele wereld te kunnen tonen dat ze samen horen.

It’s a kind of magic

Mijn blog kan toveren. Gisteren kon je lezen hoe ik zou proberen om af te kicken van mijn “gokverslaving”. Ik win toch nooit en maak er mezelf alleen maar ongelukkig mee. Ik meende wat ik zei, en heb me voorgenomen om vanaf volgende week helemaal te stoppen. Maar deze week mocht ik nog eentje kopen, de allerlaatste. Om het af te leren. Vanmorgen liep ik dus met een lang gezicht plechtig naar het krantenwinkeltje. Ik smeet een staaltje riooljournalistiek met de laatste roddels op de toog, en zei: “En ook nog een Win For Life alsjeblieft.” Ik hoopte stiekem dat de vrouw zou doorhebben wat er aan de hand was. Dat ze zou beseffen dat ze dat zinnetje voor een heel lange tijd niet meer zou horen, en me bij wijze van afscheid twee lotjes voor de prijs van een zou geven. Maar ze merkte niets en zei: “Dasdanvijfeurotwintigastublieeeeeft,” met een snelheid kenmerkend voor de routine van haar job. Ik nam mijn aankopen van haar aan en bereidde mij voor op een hartverscheurend afscheid.

Ik verwachtte niets toen ik het grijze laagje wegkraste. Het zou zijn zoals alle andere ochtenden, gewoon dezelfde teleurstelling. Ik had spijt dat ik wéér drie euro verspild had, ik stond op het punt om mezelf in een dik, zwaar deken van zelfmedelijden te wentelen. Na het krassen stak ik het ticket uit gewoonte al bijna terug in mijn zak, want dat is wat er gebeurt als je meespeelt met een kansspel. Tijdens het spelen besef je al dat je kansloos bent, je geeft het al op voor je er goed en wel aan begonnen bent. Maar vandaag was anders. Ik zag een vijf bij de winnende cijfers staan, en stond daar ook een vijf bij mijn eigen cijfers? Neen, het zal wel gezichtsbedrog zijn. Waarschijnlijk ben ik aan het dromen en word ik binnen een paar minuten wakker, leunend (én kwijlend) op de persoon die de fout maakte om naast mij te komen zitten op de trein. Maar het was geen droom, na maanden van frustratie was mijn gloriemoment eindelijk daar. Ik probeerde een kreet van vreugde te onderdrukken maar dat lukte mij niet, met als resultaat dat ik een hoog en krassend piepgeluid maakte. De vreemde blikken konden mij niet deren, ik had eindelijk, EINDELIJK, het grote lot gewonnen.

Het is nu ongeveer zeven uur later, en ik zit nog steeds met een grote glimlach op mijn gezicht in het niets te staren. Niets kan mijn humeur verpesten. Geen lekkere yoghurtjes meer in de koffiekamer? Niet erg! Een extra vergadering waardoor heel de dagplanning door elkaar gesmeten wordt? Geen probleem! Mijn broek staat al heel de dag open zonder dat ik het gemerkt heb? Doet me niets! Want straks ga ik mijn winst innen. Ik ga opnieuw naar het krantenwinkeltje, en de vrouw van achter de balie zal mij niet herkennen. Ik ben niet meer dezelfde vrouw van vanmorgen, die vrouw met het ochtendhumeur en de levensloze gezichtsuitdrukking. Neen, sinds vanmorgen ben ik een winnaar, en zo zal ik mij vanaf nu ook gedragen. En de zes euro die ik gewonnen heb, steek ik in een spaarpotje dat ik speciaal voor de gelegenheid goud ga verven. Om mijn status hoog te houden, weet je wel. En ik ga proberen om er geen nieuwe Win For Life mee te kopen. Ja. Ik ga proberen…

Wafels for life

Elke ochtend opnieuw vecht ik drie minuten en 20 seconden lang met mijn innerlijke demonen. Om 08u02 begint mijn dagelijkse strijd. Het duurt ongeveer 40 seconden om van de ingang van het station naar het spoor te wandelen, en mijn trein vertrekt om exact 08u08. Ik wil graag twee minuten voor het vertrek op mijn vaste plaats in de middelste wagon zitten, dus dat betekent dat er nog een dikke drie minuten overblijven om rond te wandelen in gang van verleiding. De gevaarlijkste drie minuten van de dag..

Want ik ben geobsedeerd door Win For Life. Verslaafd ben ik (nog) niet, maar ik denk er wel veel meer aan dan eigenlijk zou mogen. ’s Avonds besef ik dat de kans dat ik ooit win klein tot onbestaand is, en elke avond neem ik me voor om nooit meer een lotje te kopen. Maar tijdens mijn slaap zorgt een of ander chemisch proces ervoor dat ik tegen de ochtend nog maar één ding kan denken: “Vandaag is de dag dat IK Win For Life win!!!” Mijn avond-ik en mijn ochtend-ik vinden elkaar belachelijk, en de echte ik weet niet wie ze moet kiezen.  

En dan is het plots 08u02. Met veel wilskracht lukt het me om het krantenwinkeltje te negeren en mijn hoofd naar de andere kant te draaien. Maar o wee, aan de andere kant zie ik de volgende vijand: het wafelkraampje. De goddelijke geur van warm, zoet deeg en suiker die net niet verbrand is, komt op mij af. Damn you, Weight Watchers! Ik voel mijn voeten vertragen, het lijkt wel alsof ik in slow motion beweeg. Kwade mensen die hun trein moeten halen, botsen tegen me aan, maar ik voel het amper. Ik kijk met grote ogen van de ene kant naar de andere en denk aan de voor- en nadelen. “Een wafel kost minder dan een Win For Life. Maar van een wafel kom ik meteen twee kilo bij, terwijl ik net maanden moeite heb gedaan om die twee kilo weg te krijgen. Van een wafel heb ik langer plezier. Maar wat als ik nu een wafel koop, en daarmee het winnende lot misloop? Misschien kan ik tien wafels kopen, en tien krasloten! Dan win ik gewoon de Win For Life en huur ik een privéchirurg in om de wafels te laten wegzuigen. Maar wat als ik niet win? Dan zit ik daar met al die wafels.” Drie minuten voelen als drie uur, en hoe langer ik twijfel, hoe liever ik gillend terug naar huis wil lopen.

Meestal kies ik geen van beide, maar dan denk ik daarna de rest van de dag aan de gemiste kansen. Heel af en toe geef ik toe, maar ik win nooit en de volgende dag straft de weegschaal mij genadeloos af. Mijn twee demonen zorgen allebei voor een paar minuten opwinding, gevolgd door uren frustratie. Maar lang zal deze waanzin niet meer duren, want een nieuwe rage is uit het niets opgedoken in het station. Het nieuwe koffiekraam zal er hopelijk voor zorgen dat ik vanaf nu mijn leven niet meer verkwist aan geldklopperij en stroperig deeg. Vanaf morgen begin ik vrolijk stuiterend aan mijn dag! Hopelijk verkopen ze aan het koffiekraam geen muffins of koekjes. Dan zal ik het station voor de rest van mijn leven moeten mijden, en een andere manier zoeken om op mijn werk te raken. Of mijn werk opgeven, en teren op de winst van de Win For Life die ik net gekocht heb en hopelijk zal winnen. Dan kan ik hopelijk ook een paar nieuwe broeken kopen, want ik krijg mijn knoop niet meer dicht. Stomme wafel. Oeps…

Blijven schrijven

Vanaf vandaag laat ik iedereen toe in mijn hersenpan, en dat maakt me een beetje bang. Ben ik het schrijven verleerd? Gaat iemand lezen wat ik neerpen? En wat gaat die iemand dan denken? En waar ga ik het in godsnaam over hebben?! Mijn gedachten zijn wel interessant in mijn eigen hoofd, maar zijn ze dat ook voor een buitenstaander? Ik zit achter een scherm en niemand weet wie ik ben, maar toch sta ik in de kijker.

Ik heb een fout gemaakt. Mijn cursor zweeft boven het knopje ‘verwijderen’. Klik ik? Ik durf niet. Twijfels, twijfels en nog eens twijfels..

Ik moet! Ik loop al weken te roepen hoe ik het schrijven mis. Sinds ik een jaar geleden afstudeerde als journaliste, heb ik de technieken die ik in die studie leerde niet meer moeten gebruiken. Ik heb ze niet nodig voor mijn job, en heb geen tijd/zin om na mijn werkdag nog als freelancer bij te klussen. Maar schrijven is voor mij altijd therapie geweest. Tien minuten zwoegen om een zin helemaal juist te krijgen, op zoek naar het perfecte synoniem, heel de dag vloeken op een tekst en dan toch die voldoening voelen als hij uit de printer rolt… Zalig! Schrijven kan er ook voor zorgen dat je emoties, waarvan je soms niet eens wist dat je ze had, kan plaatsen en uiten. Je gedachten op papier zetten is de perfecte oplossing als je hoofd vol chaos zit.

En daarom laat ik jullie vanaf nu toe in mijn kosmos. Een klein beetje voor jullie, maar vooral voor mezelf. Fingers crossed…