Een plakboek vol bejaarden

Heel hard hopen wordt mijn nieuwe hobby. Ik heb op televisie (ok, ik geef het toe, het was tijdens Oprah) een reportage gezien over The Secret. Blijkbaar is dat geheim al lang niet meer zo geheim in Amerika, en groeide het vorig jaar uit tot een regelrechte rage. De hype er rond gaat mij wat te ver, maar het basisidee vind ik wel interessant. Je zou je toekomst kunnen sturen met je gedachten, door het gebruiken van de ‘wet van de aantrekking’. Om het veel te simpel te zeggen: als jij heel hard denkt aan een mooie frigo, zal je die mooie frigo ook ooit bezitten. Aanhangers van The Secret, gelieve mij niet te veroordelen, ik heb hier maar een beperkte schrijfruimte en moet mij dus beperken tot een vereenvoudigde versie!

Ik weet niet wat ik juist van het idee moet denken, maar ik heb de neiging om alleen de dingen die ik zelf leuk vind te onthouden. En toen Oprah mij zei dat ik als de bliksem naar de hobbywinkel moest om materiaal te kopen voor een wensbord, begon mijn knutselhart wat sneller te kloppen. Een wensbord is een soort collage van allerlei dingen die je graag wil hebben of bereiken in je leven. Je moet er dan elke dag een aantal minuten naar staren, en heel hard hopen. Dat noemen ze dan visualiseren.

Ik kan niet knutselen, maar ik doe graag alsof ik het wel kan. Dus ieder jaar krijg ik plots de onweerstaanbare drang om iets in elkaar te steken, vijzen of plakken. En als ik met dat knutselwerkje dan nog een perfecte toekomst voor mezelf kan fixen, waarom zou ik dan niet luisteren naar wat Oprah mij gebiedt? En omdat ik mij ook eens wat meer wou verdiepen in de wondere wereld van het scrapbooken, heb ik besloten om de twee samen te voegen. Ik ga een wensscrapbook maken.

Ik moet nog materiaal kopen en foto’s afprinten, dus ik kan nog niet meteen beginnen. In afwachting van het hoogtepunt van mijn knutselcarrière, blijf ik gewoon doen wat ik nu al deed. Ik bestook mijn vriend namelijk al een tijdje met foto’s van oude mensen. Elke week mail ik hem minstens twee foto’s door van een bejaard koppel dat er heel gelukkig uitziet. Dan knijp ik mijn ogen toe en denk ik heel hard aan hem, en stel ik mij visueel voor dat wij er later ook nog zo blij uitzien samen. Onderstaande foto is onze persoonlijke favoriet. Zo veel blijdschap, zo vrolijk, zelfs op het randje van hysterisch. En dat allemaal om een bos bloemen. Daar word ik zelf ook een beetje gelukkig van.

 

(De journalistieke regels van de bronvermelding.. Ik vond de foto hier!)

Gezocht: voetbaltrutjes en beha-stoner

Ik heb net ontdekt dat de uitdrukking “scheel van de honger” wel heel letterlijk op mij van toepassing is. Ik heb al heel de week braaf punten geteld, maar vanavond is het vrijdagavond en dan loert het schrokken-als-een-uitgehongerde-buffel-gevaar om de hoek. Dus probeer ik mij al heel de dag in te houden, voorbereid op de laatavondsnack. Mijn buik maakt gekke geluiden, ik neem iets onvriendelijker dan gewoonlijk de telefoon op en mijn post-its lijken plots verdacht sterk op sneetjes heerlijke jonge kaas.

Het is middagpauze, dus dan moet ik van mezelf verplicht even iets anders doen dan werken. Ik moet een activiteit zoeken die mij niet doet denken aan spaghetti carbonara of een dikke banana split. Mails zijn al gecheckt, alle nieuwssites al bezocht, zelfs mijn winkellijstje voor morgen is al klaar. Na wat doelloos rondsurfen kom ik terecht op de zoekertjespagina van ons intern netwerk. Daar kan je al wel eens een goeie deal sluiten, vorige week heb ik zo mijn nieuw fototoestel op de kop kunnen tikken. (Dankjewel collega die ik daarvoor nog niet kende!) Ik kijk even rond maar begin na een minuutje te denken dat ik op een verkeerde site beland ben. Is dat een nieuwe club, de voetbaltrutjes? En wat voor ziek persoon is die beha-stoner? Zou die rijden met de Fiat Porno die collega X aanprijst?

Ik besluit om toch iets te eten, want ik mag mijn dieet niet drijven tot op het punt van hallucinatie. Spijtig genoeg heb ik een paar uur geleden mijn boterham afgestaan aan mijn collega die nog meer honger had dan ik, als dat al menselijk mogelijk is. Misschien zet ik ook wel een zoekertje. “Feed me! Wegens gevaar voor welzijn en gemoedstoestand van nabije collega’s, ben ik op zoek naar iets om te eten.” Gezond, ongezond, maakt mij niet meer uit op dit punt. En ik wil gerust ruilen tegen een aantal voetbaltruitjes, een Fiat Panda, of zelfs een behangafstomer. Al twijfel ik tijdens het typen van dat laatste woord nog meer aan het bestaan ervan.

Billenkletser

Ik: “Oei, mijn zalm is van mijn toast gevallen.”
Hij: “Hij wil terug naar de zee.”

Lachen, gieren, brullen ten huizen Vos en vriendje.

Ergens tussen juffrouw en mevrouw

Ik heb lang niet geschreven. Dat is waar. Maar laten we dat gewoon vergeten en de draad weer oppikken. Deal? Deal! Zand erover.

Vandaag noemde iemand me ‘mevrouw’. Af en toe gebeurt dat eens, vooral op het werk, en ik moet er nog steeds aan wennen. Het lijkt nog maar een paar dagen geleden dat mijn paspoort gevraagd werd bij het kopen van kaartjes voor een +16-film. Het tijdperk van op zaterdag tot 14u slapen in plaats van om 14u staan aanschuiven in de Carrefour is nog niet zo lang geleden, maar wel al bijna helemaal afgesloten.

Van zodra je werkt, alleen woont, en voor jezelf zorgt ben je niet meer ‘juffrouw’ of ‘meisje’. Elke keer dat iemand je aanspreekt, word je met je neus op de feiten gedrukt. Je bent niet meer het onschuldig ding van vroeger, naïef en goedgelovig. Of rebels, opstandig en een beetje van lotje getikt. Al die eigenschappen behoren toe aan de jonge mensen. Niet aan de mevrouwen. Juffrouwen mogen vloeken, vreemde kleren dragen (“Och, ’t is maar een fase…”), en dramatisch reageren als de wereld niet om hen blijkt te draaien. Mevrouwen moeten altijd deftige schoenen dragen, duidelijke boodschappenlijstjes maken en de afwas niet laten staan. Het leven van een juffrouw staat in het teken van de volgende zomervakantie en de komende portie zakgeld. Een mevrouw zoekt paniekerig naar een datum om eindelijk die Bongobon te gaan verzilveren, en maakt rekensommetjes bij het betalen van de elektriciteitsrekening.

Ik weet nog niet bij welke categorie ik hoor. Van maandag tot vrijdag en van nine to five ben ik volwassen en heb ik tonnen verantwoordelijkheden. Maar van zodra het vrijdagavond is, komt de mejuffrouw in mij weer naar boven. Dan wil ik rondhangen in mijn pyjama, alleen maar frieten en koekjes eten, de muziek veel te luid zetten en al mijn geld gaan opshoppen. Spijtig genoeg moet de werkweekmevrouw de gevolgen dragen van het gedrag van het weekendmeisje.

Ze zullen het toch nog even met elkaar moeten uithouden, want ik wil van geen van de twee afscheid nemen.

Slaperige muizen en winterse dipjes

Ik wou dat ik een muis was. Die beestjes zien er schattig uit, eten lekker veel kaas, en kunnen heel snel lopen zonder daarvoor Start To Run te moeten volgen. En als ik dan nog mag kiezen welke muis ik wil zijn, wil ik het liefst het leven van de slaapmuis leiden. De slaapmuizen slapen overdag en zijn ’s nachts vrij actief, en ze houden een winterslaap die bij sommige soorten wel zeven maanden kan duren (bedankt Wikipedia)! Stel je eens voor, zeven maanden slapen in een knus nestje. Ik ben al blij als ik ’s nachts mijn batterijen zeven uur kan oplaten, wat zou zeven maanden dan met je doen?

De laatste tijd kan ik mezelf niet wakker houden. Ik weet niet of het een winterdip is of een echt gebrek aan nachtrust, maar ik val op de meest onvoorspelbare tijdstippen in slaap. Op het werk ben ik een energiebom, maar van zodra ik een voet op de trein zet, vallen mijn ogen dicht. Ik heb op de trein de vreemdste dromen, en als ik verschrikt wakker schiet, staren mijn medereizigers mij argwanend aan. Gisteren droomde ik bijvoorbeeld dat ik een grote marshmellow was en dat ik zwom in een zee van milkshake en frambozencoulis. Maar dat kan ook te maken hebben met mijn naderende bezoek aan de cursus van de Weight Watchers. Die dromen zijn nog prettig, en hebben me nog nooit in verlegenheid gebracht. De genante momenten zijn die waarop je beseft dat je in slaap aan het vallen bent, en dat je hoofd naar beneden tuimelt, steeds maar opnieuw en opnieuw. Het vreselijke aan die situatie is dat je meestal in je hoofd nog wakker bent, maar je lichaam wil niet meer mee. Dus je roept in je hersenpan tegen jezelf: “Stop daarmee! Hou je hoofd gewoon recht!”, maar het is al te laat en voor je het weet lig je te snurken tegen die arme oude vrouw naast je.    

Mijn grootste slaapfrustratie van de laatste dagen was onze dekbedovertrek. Het deken zat niet goed vast in de overtrek, met als resultaat dat er vanboven steeds een stukje lag waar geen deken meer in terug te vinden was. Zo’n flapperend stukje stof net onder je kin is allesbehalve gezellig en knus. En omdat mijn vriend me stiekem saboteert en het deken dat er wél nog zit allemaal naar zich toe trekt, blijft er voor mij bijna niets over. Zo eindig ik elke avond bibberend onder het equivalent van een zakdoek. Geen wonder dat ik ’s ochtends wat meer moeite moet doen om op te staan. En het vooruitzicht van mijn trein die wéér een half uur vertraging heeft, is ook geen stimulans om mijn bed uit te komen. Zeker niet als mijn wederhelft nog rustig naast mij ligt te spinnen, ik vergeef hem zijn sabotage van zodra ik zijn schattige slaapkop zie. Zijn rustige en warme lichaam smeekt mij om nog even tegen hem aan te kruipen, en zo wordt het elke dag wat moeilijker om de wijde en koude wereld in te trekken.  

Dus vanaf morgen, 1 december, begint de grote aftelrace. Dan moet ik nog 24 dagen doorkomen vooraleer ik in mijn eigen persoonlijke winterslaap kan vallen. De week tussen Kerst en Nieuwjaar heb ik vakantie, en die zal voornamelijk onder een dekentje en met gesloten ogen doorgebracht worden. Dus aan iedereen die mij kent en zich tijdens die week zorgen maakt over mij omdat ik niet binnen het uur sms’jes en mails beantwoord: wees gerust, ik kom nog terug! Ik ben gewoon even tijdelijk getransformeerd in een slaapmuis.