Foodblog voor een dag

Als je tegenwoordig een blog wil hebben die er een beetje toe doet in de overweldigende massa van het wereldwijde web, dan moet het er zeker af en toe over eten gaan. Één probleem: ik haat koken. Ik kan het niet goed, ik doe het niet graag, ik vind dat verspilling van mijn dierbare leven. Als ik het niet zou moeten doen om te overleven zou ik het nooit meer doen. Dus ik kan jullie geen recepten geven, want dan zullen jullie mij waarschijnlijk nadien aanklagen voor voedselvergiftiging en algemene malaise.

Wat ik wél kan doen, is schrijven over eten. Een paar weetjes. Een paar feitjes. Een paar dingen over mijzelf, die met eten te maken hebben. Een paar dingen over eten, die met mezelf te maken hebben. Jullie snappen het wel. Elk excuus om een lijstje te maken is goed. Hier gaan we.

  • Ik heb gisteren voor de allereerste keer in mijn leven zelf witloof gemaakt. Tot een jaar geleden lustte ik dat absoluut niet, ik walgde er zelfs een beetje van. Maar ik heb mijzelf gedwongen om dat te leren eten, en dat is dus raar maar waar gelukt. Net als met olijven, daar moest ik tot een paar maanden geleden niet van hebben. Maar nu eet ik ze vrijwillig op. Daarnet heb ik zelfs nog 11 olijven (ja ik heb die geteld, weight watcher for life) binnengeschrokt voor de tv, met een beetje feta. Mmm.
  • Als ik zou mogen kiezen, zou alles gepureerd worden, zoals babyvoeding. In mijn ideale wereld wordt ALLES voor consumptie in de blender gezwierd, en geserveerd in een kommetje met een lepel die qua grootte zo wat tussen een koffielepeltje en een eetlepel zit.
Yummie, gepureerd eten!

Yummie, gepureerd eten!

  • Mijn favoriete snack van het moment is een banaan-pindakaas-hamburgertje. Men neme een banaan, snijdt die in plakjes, en smeert een beetje pindakaas (100% pinda, crunchy) tussen twee plakjes. En maakt er dan hamburgertjes van he. Lekkerrrrr. Ik heb het “recept” gevonden op een website over gezond eten, en het werd omschreven als de perfecte proteïne-snack voor na het sporten. Ik heb dat vrij geïnterpreteerd als “perfecte snack om voor de tv te eten na een namiddagdutje van 4 uur”. Ik heb daar meestal ook wel mijn joggingbroek bij aan, dus dat telt toch ook voor iets.
  • Ik heb ooit in de Pizza Hut, tijdens een etentje voor mijn verjaardag, zo veel gegeten dat ik vijf minuten na de maaltijd alles terug heb moeten uitkotsen. Gelukkig wel in de wc van diezelfde Pizza Hut, en niet op straat ofzo. Mijn enige excuus hiervoor is dat het onder aanmoediging was van mijn beste vriendin. Zij heeft minstens even veel gegeten als ik toen, maar heeft blijkbaar een sterkere maag. Binnen een week ga ik een paar dagen met haar naar Amsterdam, misschien kan ik haar dan wel terugpakken door haar uit te dagen om 20 kroketten uit de muur te eten. That’s what friends are for, zekers?
  • Ik kan geen soep maken. En ook geen steak bakken. Of kipfilet. Eigenlijk lukt het gewoon niet om dingen te bakken. Of te koken. Of te braden. Of te stoven. Alles wat met een pan te maken heeft eigenlijk. Wat ik wel goed kan is dingen schillen. Dat doe ik ook graag, want dat kan ik voor de tv doen. Is het intussen al duidelijk dat ik en mijn tv een heel goede relatie hebben? (Rarara, jullie mogen eens raden waar ik mij nu bevind tijdens het typen van dit stukje. Het begint met ‘liggend in de zetel’ en eindigt op ‘voor tv, waar Komen Eten opstaat’)
  • Als ik in Amerika zou wonen, en ik zou iemand vermoorden (ik zou dat nooit doen maar die persoon zou dat uiteraard zelf uitgelokt hebben), en ik zou de doodstraf krijgen en een laatste avondmaal mogen kiezen, dan zou ik voor een grote zak smoutebollen kiezen. Of tempura. Of een kaasschotel.
Ik kan ook gewoon wachten tot deze zomer als het weer kermis is, dan moet ik niemand vermoorden.

Ik kan ook gewoon wachten tot deze zomer als het weer kermis is, dan moet ik niemand vermoorden.

  • Over kaas gesproken; ongeveer vier keer per jaar komen Het Vriendje en ik samen met twee andere bevriende koppels, en dan eten wij de-ca-dent veel kaas. Meestal onder het motto “zo veel kaas eten dat we er aan bezwijken, dan terug bij bewustzijn komen en nog meer kaas eten”. We hebben er zelfs een privé-facebookgroep voor, waar we tussen onze avondjes door foto’s en grapjes over kaas zetten. Of herinneringen die met kaas te maken hebben. Ik kijk al uit naar de volgende avond, ik voel mijn aders al dichtslibben bij de gedachte alleen al.
  • Het beste restaurant waar ik ooit al heb gegeten, is Luzine (het restaurant van Jeroen Meus). Ik heb het leren kennen door een etentje met het werk, en ben er nadien nog twee keer zelf gaan eten. Dat eten is fenomenaal, origineel, smaakvol, piekfijn in orde. De bediening is chique maar toch heel vriendelijk. Je moet heel lang op voorhand reserveren (de volgende keer dat ik er ga eten is voor de verjaardag van mijn papa, ik heb in februari gereserveerd, hij is jarig in mei en we kunnen pas in augustus gaan!), maar het is zeker het wachten waard. Je betaalt er meer dan in een gewoon restaurant, maar een pak minder dan in andere gelijkaardige zaken. Je kan er bijvoorbeeld al voor 45 euro gaan lunchen, en dan krijg je verschillende amuses, drie ongelofelijk lekkere gangen, en nog een koffie met minidessertjes.
  • Het laatste weetje gaat over drank, maar dat hoort er toch ook bij. Ik lust geen bruisende dranken, en het is voor mij een raadsel hoe het kan dat andere mensen dat wel lusten. Dat doet toch echt verschrikkelijk pijn in je mond? Zijn jullie allemaal stiekeme masochisten? En die pijn in je keel, alsof ze er met duizend verschillende naalden in prikken! Er is maar één ding in het leven dat voor mij nog een groter mysterie is dan het bruisraadsel, en dat is de vraag of Jacques Vermeire boventanden heeft of niet.

Nu ga ik jullie laten, want ik moet naar Mijn Restaurant gaan kijken. Of ja, dat heet tegenwoordig Mijn Pop-Up Restaurant zeker? Ik weiger dat zo te noemen. Volgende week ga ik met mijn mama voor haar verjaardag eten in het restaurant van Brussel, ik zal er daarna zeker verslag over uitbrengen.

Bron foto olvarit
Bron foto smoutebollen

Parabel van een tafelpoot

Vrijdagvoormiddag had ik mijn functioneringsgesprek op het werk. Dat was redelijk onverwacht, mijn baas en ik hadden op donderdag pas ontdekt dat alle functioneringsgesprekken in heel het bedrijf op maandag (vandaag dus) moesten afgerond zijn, dus hebben we dat van ons snel-snel vrijdag ingepland. Eigenlijk was dat nog niet zo slecht, zo had ik toch nog een namiddag om mij voor te bereiden maar geen volledige week om nerveus te worden. Echt zenuwachtig was ik niet, want ik heb een goede band met mijn baas, we kunnen het goed met elkaar vinden en werken goed samen. Het gesprek is dus goed gegaan, er waren natuurlijk een paar aandachtspunten, maar dat is normaal denk ik!

Maar waarom vertel ik dit nu? Wel, omdat ik elk jaar moeilijkheden heb bij het invullen van het laatste vakje van mijn voorbereiding. Daar moet je aangeven of je je job nog graag doet, en of je graag iets anders wil gaan doen of doorgroeien naar een hogere functie. Ik vul elk jaar hetzelfde in: “Ik ben tevreden met mijn huidige functie.” Ik werk hier al iets meer dan vijf jaar, en elk jaar ben ik oprecht tevreden met mijn huidige functie. Mijn job is al vaak veranderd, niet door mijn eigen keuze of eigen toedoen, maar eerder door beslissingen die boven mijn hoofd gebeuren. Ik ben directiesecretaresse, dus ik heb al een paar keer een nieuwe baas gekregen vanwege veranderingen in de structuur van het bedrijf. En een nieuwe baas, dat is voor mij een nieuwe job, zeker in mijn functie. De prioriteiten liggen anders, het takenpakket wordt uitgebreid of veranderd, persoonlijkheden liggen uit elkaar of juist dichter bij elkaar,… Maar wat er ook gebeurd is de voorbije vijf jaar, ik heb mijn job op zich altijd graag gedaan. Het wordt nooit saai, elke dag brengt wel een nieuwe (opgelet, clichéwoord in aankomst) uitdaging. Dus daarom vul ik elk jaar hetzelfde in. Maar waarom heb ik dan de laatste jaren al bijna schrik om te zeggen dat ik mijn werk graag doe en graag hetzelfde wil blijven doen?

De laatste jaren is er (volgens mij, alles wat ik hier zet is mijn eigen mening en spijtig genoeg niet wetenschappelijk onderbouwd) een enorme boom van tafelspringers. Mijn definitie van een tafelspringer is anders en minder negatief dan die van de taaldatabank (druktemaker, betweter, herrieschopper,…). Ik zie tafelspringers eerder als mensen die zich duidelijk willen profileren, heel de tijd druk-druk-druk op het werk, mails beantwoorden op uren waarop ik al lig te snurken in mijn bed. Mensen die veel belang hechten aan doelstellingen, streefcijfers, strategieën en powerpointpresentaties. En laat mij hier nu iets duidelijk maken: ik heb NIETS tegen tafelspringers. Bij het herlezen van de voorbije zinnen vind ik dat het nu te negatief overkomt. Ik wil niet het cliché bevestigen van de manager die zijn personeel terroriseert en over lijken wilt gaan om de cijfers te halen. Die bestaan natuurlijk ook, maar het overgrote deel van de managers die ik zelf ken zijn sympathieke mensen die gewoon een grote verantwoordelijkheid hebben en een enorm deel van hun leven wijden aan hun job. En iedereen moet in het leven doen wat hij wil, en als je graag op een tafel wil springen dan moet je dat gerust doen. Ik bewonder het zelfs, want ik zou het zelf niet kunnen. Maar waar ik het moeilijk mee heb, is dat je in onze huidige maatschappij al bijna met een scheef oog wordt aangekeken als je niet mee op die tafel wil staan.

Een jaar of twee geleden sprak ik met een collega over de inhoud van mijn job en mijn toekomstplannen. Ik zei dat ik niet speciaal een vijf- of tienjarenplan had, dat ik gewoon graag deed wat ik toen deed, en dat ik wel zou zien wat er op mijn pad zou komen. Ik kreeg toen het antwoord: “Maar heb jij dan geen ambitie?” Daar ben ik toen even niet goed van geweest. Ik heb er een paar nachten van wakker gelegen, volledig in paniek omdat ik blijkbaar niet ambitieus genoeg was en mijn leven niet op orde had. Na ongeveer een week piekeren kwam ik tot een heel simpele conclusie, zo simpel dat ik ze zelfs al na 3 minuten had kunnen vormen als ik wat logischer had nagedacht. Natuurlijk had ik wel ambitie. Een heel grote ambitie zelf, en een levensbelangrijke. Mijn ambitie was, en is nog steeds, om gewoon gelukkig te zijn. En ik was op dat moment gelukkig in mijn job. Nu nog steeds. Dus ik heb mijn eigen doelstelling gehaald, mag ik wel zeggen. En dan kan het toch geen kwaad dat ik de nood niet voel om door te groeien tot de top van ons bedrijf?

Ik ben graag een van de mini-radartjes in ons bedrijf, dat meestal toch wel lijkt op een heel omvangrijke machine. Ik doe graag kleine opdrachtjes die op het eerste zicht niet zo belangrijk lijken in het grote geheel, maar die wel nodig zijn om de boel te laten draaien. Van de 2000 mensen die hier werken zijn er zeker 1950 die mijn naam niet kennen en hem ook nooit zullen kennen. Maar ik vind dat niet erg. Ik weet van mijzelf dat mijn taak hier wel verschil uitmaakt, want ik zorg ervoor dat er zo weinig mogelijk problemen voorkomen in de dag van iemand die hier wél van groot belang is. Ik ben, net als zovelen hier, een tafelpoot. Wij zijn nodig om ervoor te zorgen dat de tafel waarop er een paar staan te springen, stabiel blijft en niet wankelt. En de mensen op de tafel zijn ook nodig, want anders is onze taak als poot maar nutteloos en saai.

Zolang ik dat hier nog graag doe, zal ik blijven aanvinken: “Ik ben tevreden met mijn huidige functie.” En ik vind niet dat iemand kritiek mag hebben op het feit dat ik gelukkig ben.

Zamenvattende Zondag, part II

De week is zo snel gevlogen, het is gewoonweg al tijd voor de tweede editie van Zamenvattende Zondag! Normaalgezien zou ik vrijdagavond een postje geschreven hebben over mijn functioneringsgesprek van die dag op het werk, maar ik mocht ’s avonds onverwacht mee naar een muziekquiz! Wat een geweldig bruggetje naar het eerste zzzzintuig…

Gehoord: Veel muziek. Heel veel muziek. Van alle tijden, alle genres, alle talen. Vrijdagavond mocht ik dus, zoals gezegd, meedoen aan een muziekquiz. Het Vriendje heeft een vast quizploegje, en ik mag af en toe inspringen als er iemand ziek is of niet mee kan doen. Altijd leuk, want ik heb meestal niet heel veel inbreng, maar omdat de rest zo slim is mag ik meestal op het einde van de avond ook met een mooie prijs naar huis. Bij de quiz van vrijdag heb ik wel goed mijn steentje bijgedragen. Wat wil je, er was elke ronde een vraag waarbij je moest zeggen welke artiest meezong/rapte op een plaat van Jay-Z. En ik wist wie de beroemde vader van Miley Cyrus is (haha, nu zitten jullie sowieso de rest van de dag met Achy Breaky Heart in jullie hoofd). Maar het mocht toch niet baten, we eindigde 20ste van de 46 ploegen. Wat blijkbaar best nog meeviel, want de quiz heeft de reputatie van heel moeilijk te zijn. Volgende week doen we opnieuw mee aan een quiz die we vorig jaar gewonnen hebben, duimen maar dus!

Gezien: Op tv bitter weinig spijtig genoeg. Mijn digicorder staat op ontploffen vrees ik. Deze week waren er twee collega’s op het werk ziek, dus ik heb elke dag lang gewerkt en de meeste avonden had ik nadien ook nog plannen. Deze namiddag heb ik wel niets anders gedaan dan naar Gossip Girl en Days of our Lives kijken, dus mijn dierbare tv is al iets minder kwaad op mij.

Geroken: Gisteren heb ik een fles oude balsamicoazijn leeggegoten in de pombak. Hoewel, “leeggegoten” is een woord dat veel te vlot klinkt voor die operatie. De fles stond al een paar maanden zomaar wat te staan in onze keuken, en telkens we ze wilden gebruiken kregen we er maar een paar druppeltjes uit, en die druppeltjes waren ook niet meer zo lekker. Gisteren hebben we onze keuken opgeruimd, en de fles moest wijken voor een mooi nieuw exemplaar. Ik wilde ze niet in de glasbol gooien met nog azijn in, ecologisch als ik ben, dus ik dacht: “Ik giet die gewoon snel uit.” Jawadde mannekes. Dat vlotte langs geen kanten, het kwam er maar druppelsgewijs uit, iets hield de vlotte doorgang tegen. Ik heb geen geduld, dus ik ben er in beginnen keuteren met een schaar. Opeens, PLOP. Het leek wel een beeld van een bevalling, waarbij de baby tijdens die laatste seconden opeens uit de moeder floept. Maar in plaats van een schattige verrimpelde baby, kwam er de grootste balsamico-snot-prop die ik ooit gezien heb uit. En stinken, STINKEN. Wat hebben we vandaag geleerd? Als je een fles balsamico-azijn laat verpieteren, vormt de inhoud spontaan uit zichzelf een zwarte blubberige brij die stinkt naar de aars van Satan.

Geproefd: Donderdagavond de vreemdste combinatie van eten ooit. Ik moest mij van het werk haasten naar een afspraak bij een vriendin om mijn nagels te laten doen, en daarna moest ik mij nog haasten naar de fitness. Ik was vergeten dat ik tussendoor nog een maaltijd moest eten ook, en er was niets volwaardig in huis. En wat doe ik meestal in zo’n geval? Gewoon alles wat ik kan vinden dat enigszins eetbaar is combineren. Dus ergens tussendoor heb ik op 5 minuten tijd een beetje groentenpuree, 6 surimisticks, een pakje chips van de weight watchers (gemaakt van aardappels dus op dat moment een ideale koolhydratenportie) en een Petit-Lu-beertje gegeten. En later op de avond ook nog stukjes banaan met daarop wat pindakaas gesmeerd. Ik krijg al opnieuw het zuur als ik er aan terugdenk.

Gevoeld: Liefde voor Het Vriendje toen hij mij woensdagmiddag spontaan voorstelde om ’s avonds op zijn kosten iets te gaan eten. Blijdschap op het hysterische af toen ik las dat er dit weekend een stockverkoop was van mijn favoriete online papierwarenwinkel. Vermoeidheid door het vele werk. Spanning, omdat ik gisteren meer dan 20 centimeter van mijn haar heb laten knippen. Daarna opluchting omdat het resultaat wel geslaagd is. En ook een beetje schuldgevoelens, omdat ik van plan was vrijdag te bloggen en het niet heb kunnen doen, en ik wil niet dat jullie denken dat ik het nu alweer opgeef. Daarom zeg ik jullie dus bij deze al…

TOT MORGEN!

“We zitten hier allemaal tegen ons goesting he!”

Maandagavond heb ik met Het Vriendje naar de laatste twee afleveringen van Cordon gekeken. Ik krijg hem meestal niet eens zo ver om naar één aflevering van een serie te kijken, dus dat we er twee gezien hebben was echt wel uitzonderlijk en veelbetekenend. Het was zelfs op zijn vraag! Voor wie het nog niet wist, Cordon is een nieuwe fictiereeks op VTM en gaat over een dodelijk virus dat de ronde doet in Antwerpen. Om het besmettingsgevaar zo veel mogelijk te beperken, wordt een bepaald deel van Antwerpen volledig afgesloten, niemand mag er nog in of uit. De reeks volgt verschillende personages (politiemannen, een zwangere tiener, een ouder koppel, een lerares en haar klasje,…) in en buiten het cordon. En dat is, zonder overdrijven, RETEPOKKESPANNEND! De laatste jaren zijn er wel meer goeie Vlaamse fictiereeksen gemaakt, maar het is toch al lang geleden dat ik nog letterlijk onder mijn dekentje lag te bibberen, en dat ik naar de tv aan het roepen was. Voor degenen die het gezien hebben: het gezicht van Reinhilde Decleir aan het einde van de tweede aflevering zal voor eeuwig op mijn netvlies gebrand staan vrees ik.

Ik wist op voorhand al dat deze reeks iets ging zijn wat ik graag zou zien. Ik heb namelijk een grote voorliefde voor rampenfilms of –series. Hoe meer doden hoe beter, en dan nog liefst op een heel dramatische en onrealistische manier, zoals bijvoorbeeld door een alien die bliksemschichten afschiet waar virussen inzitten. (Heb ik zojuist het scenario voor de beste rampenfilm ever geschreven? Ik denk het wel!) Als er in de winkel een film staat met op de cover een kapot vrijheidsbeeld (om één of andere reden moet New York er altijd eerst aan geloven, zie link), dan kan ik niet anders dan hem te kopen. Bruce Willis die in een meteoriet moet kruipen om de wereld te redden? Ik ben helemaal mee. Helen Hunt op de vlucht voor een megatwister? Jup! Een groep vrienden die met een handcamera een voos monster en de volledige vernieling van New York (duh – scène met het rollende hoofd van het vrijheidsbeeld!) filmen? Bring. It. On.

Arm vrijheidsbeeld :(

Arm vrijheidsbeeld 😦

En natuurlijk vind ik het geweldig als zo’n film of reeks van een superieure kwaliteit is, zoals Cordon, maar ik kan vooral ook heel veel plezier halen uit films die zo slecht gemaakt zijn dat je niets anders kan doen dan er heel hard mee lachen. Als jullie mijn hobby ook graag willen oppikken, dan geef ik jullie graag raad met mijn…

*tromgeroffel*

TOP DRIE VAN BESTE SLECHTSTE RAMPENFILMS!!!

3. SHARKNADO

20140326 sharknado

Of hoe een low-budget syfy-rampenfilm, met een score van 3,3/10 op IMDb, in een paar weken tijd een cultklassieker werd. Het verhaal zit heel simpel samengevat in de titel. Er waaien tornado’s rond, en in die tornado’s zitten bloeddorstige haaien. Echt waar. Dit onverwacht succes speelt zich vreemd genoeg niet af in New York, maar wel in Los Angeles. Dat is eigenlijk niet slecht gezien, want de film maakt handig gebruik van de stereotype inwoner van Hollywood; de cast is zo dom en oppervlakkig dat je eigenlijk blij bent als er iemand sterft. Nog het vermelden waard: de papa uit Home Alone speelt ook mee. Eindelijk zijn verdiende loon voor het zomaar achterlaten van Kevin.
Top-moment: Het vriendje van Tara Reid sterft op gruwelijke wijze. Dat kan Tara Reid geen hol schelen.

2. ICE QUAKE

20140326 ice quake

Een rampen-kerstfilm! Dat moet eigenlijk een volledig genre op zich worden als je het mij vraagt. Onder de aardkorst in Alaska zitten een paar methaanhydraten (ja, ik heb dit moeten googlen). Ik weet niet juist wat dat zijn, maar die dingen zijn dus gevaarlijk en kunnen ontploffen. En natuurlijk beslissen die rotdingen om dat te doen op kerstavond. Partypoopers. Uiteraard wordt er een volledig gezin (ouders-zoon&dochter die er allemaal even oud uitzien) uit elkaar gerukt, op zoek naar de oplossing. Het acteerwerk is vreselijk en ik verstond er eigenlijk niks van. Maar ik zet hem niet op 1 omdat hij zich afspeelt in Alaska, dus de beelden van de sneeuw zijn wel mooi. En waarschijnlijk hadden de acteurs het ook wel ferm koud tijdens het draaien. Als ik ooit te weten kom dat ze hem gedraaid hebben in een studio met nepsneeuw, zet ik hem op 1!
Top-moment: Het moment waarop je beseft dat zijn dochter niet zijn vrouw of zus is maar zijn dochter.

1. ALIEN TORNADO (alternatieve titel: Tornado Warning)

20140326 alientornado

Een verdiende nummer 1. Deze keer zitten er geen haaien in de tornado’s, maar aliens. ’t Is te zeggen, elektromagnetische spanningsvelden die de aliens gebruiken om de aarde te verwoesten. Of toch vooral Chicago. Een vader-dochter-duo ontdekken, in samenwerking met een plaatselijke meteorologe, dat de tornado’s vol alien-bliksems zitten, en zoeken een manier om ze tegen te houden. Intussen worden ze tegengehouden door de regering, die beweert dat er niets aan de hand is. En o ja, de vader en de meteorologe worden intussen uiteraard verliefd op elkaar. Alles bij elkaar goed voor een flinke 3,1/10 op IMDb.
Top-moment: Een supermegatornado verwoest een volledige bus in een veld. Rond dat veld staan bomen. Je zou denken dat bomen een beetje waaien als er een tornado passeert. In Alien Tornado doen de bomen daar niet aan mee.

Ziezo! Ik zou ook een speciale vermelding willen geven aan “Lightning: fire from the sky”, een draak van een film met Jesse Eisenberg die ik een paar jaar geleden ’s middags zag terwijl ik ziek thuis was. Ik vind hem echter niet op dvd, ze verkopen hem nergens! Niet op bol, niet op 2dehands.. De enige versie die ik gevonden heb is een tweedehandse via Amazon, maar die kost bijna 75 euro!

Als jullie nog aanraders hebben, goed of slecht, (of als jullie die laatste film op dvd vinden!) laat het mij gerust weten in de comments 🙂
Bron foto vrijheidsbeeld

Bron foto Sharknado

Bron foto Ice Quake

Bron foto Alien Tornado

Aje moe kakken, moeje kakken

Ik heb mij vorige week nog heel braafjes gedragen, maar vandaag, jongens en meisjes, gaan we het hebben over pis en kak. Jaja. Daar rust nog een veel te groot taboe op, en ik ga de schaamte vandaag doorbreken. You gotta fight for your right to poop!

We gaan het vandaag niet gewoon hebben over nummer 1 en nummer 2 op zich, maar over mijn theorie rond geconditioneerd toiletbezoek. Gelieve niet weg te klikken, er zit een heus idee achter.

Ik ben er van overtuigd dat er in mijn buik, ergens tussen mijn blaas en mijn darmen, een gps zit ingebouwd. Die gps volgt op de minuut waar ik ben, en geeft dan op vooraf bepaalde locaties signalen aan mijn ingewanden wanneer ze mogen beginnen werken. Of wanneer ze juist niet mogen werken. De theorie is dus dat moeten gáán afhangt van een bepaalde herhaling (de locatie, de omstandigheid) en zo een oncontroleerbare gewoonte wordt.

20140324 foto pipi

Wanneer geeft de gps positieve signalen aan mijn blaas/darmen (= wanneer moet ik gaan?)

  • Op de trein, als er juist iemand voor mij een KB (kakbom) heeft laten afgaan in het wc-kotteke.
  • In de auto, bij lange ritten. Bij voorkeur als we net ergens gestopt zijn en ik vond het niet nodig om uit te stappen om toch maar “voor de zekerheid” te gaan.
  • Op restaurant, als ik juist al eens geweest ben vanwege een vals alarm. Gegarandeerd moet ik dan 5 minuten later nog eens, superdringend. Met als resultaat dat iedereen in het restaurant denkt dat ik diarree heb. TERWIJL IK DE EERSTE KEER NIET EENS ECHT GEGAAN BEN! (Jullie zien, het zit diep. No pun intended)
  • Bij vrienden thuis, als de sjas niet werkt.
  • En dan de ergste, als ik ’s avonds thuiskom en tien meter verwijderd ben van mijn voordeur. Elke. Dag. Opnieuw. Zelfs al ben ik een minuut voordien nog uitgebreid geweest (wat redelijk ongepast zou zijn, want dan zou het in de tuin van de buren geweest zijn, maar soit) en ben ik volledig leeg, dan nog moet ik elke dag lopen om op tijd binnen te zijn. Soms moet ik zelfs 2 meter voor mijn voordeur stoppen. Je kent dat wel, dat gevoel van: “Ik moet eventjes 10 seconden stilstaan, en daarna kan ik wel weer verder.” Vooral gênant als er op hetzelfde moment buren/vreemden passeren. Dan sta je daar schoon, je kan niet moven en moet doen alsof je daar met een bewuste (niet pipikaka-gerelateerde) reden staat. “Amai seg, die van nummer 13 hebben precies een nieuwe voordeur? Schoon seg.” “Is dat hier nu een ros muntje dat ik hier op de grond zie liggen?” Of de beste van allemaal, in je handtas beginnen rommelen en binnensmonds zeggen: “Waar zijn mijn sleutels nu toch, allez, daarnet had ik ze nog.”

Vooral door dat laatste voorbeeld ben ik helemaal overtuigd van mijn theorie over geconditioneerd naar de wc moeten gaan. En als ik nog een voorbeeld moet geven om jullie helemaal over de streep te trekken, geen probleem! Een van mijn vrienden (ik draag deze blogpost trouwens volledig op aan hem) werkt in een stad waar niet veel verder een natuurdomein ligt. Meestal eet hij ’s middags gewoon op het werk, of gaat hij even binnen in een winkel of twee. Maar als het mooi weer is, en de laatste weken was dat wel vaker het geval, dan trekt hij naar dat natuurdomein om te wandelen. En wat gebeurt er daar élke keer? Je kan het al wel raden. Ik kan niet zeggen hoe vaak ik al wanhopige sms’en gekregen heb van hem. De laatste was: “Als ik ooit constipatiekwesties heb dan weet ik waar naartoe :’(“.

En dat, vrienden, is geconditioneerd kakken.

 

(Bron foto)