Gezocht: foto’s van bejaarden die de win for life winnen tijdens het eten van pompoensoep

Waarom lezen mensen blogs? Om zich te ontspannen, om inspiratie op te doen, om even weg te dromen bij het leven van iemand anders? Of misschien ook om iets bij te leren? Ik vraag mij vaak af wie mijn lezers zijn, en waarom ze net bij mij terechtgekomen zijn. En vooral waarom ze dan ook nadien zijn blijven hangen. Veel kan ik afleiden uit mijn statistieken, en daaruit blijkt dat jullie een nieuwsgierig zootje ongeregeld zijn. Jullie willen het allerliefst de win for life winnen en pompoensoep maken, en jullie hebben ook een meer dan gemiddelde interesse in bejaarden. Hoe weet ik dat allemaal? Omdat ik kan zien met welke zoektermen mensen op mijn blog verzeild raken. En die zijn af en toe… hoe zou ik het zeggen… hilarisch. Daarom vandaag een overzichtje van de leukste zoektermen die mij de laatste jaren hopelijk wat lezers hebben opgeleverd.

  • “invullen wk poop”: Ok, wat is het WK Poop en hoe schrijf ik mij in?
  • “vriendje fixen”: Ik heb er al eentje gefixt maar ik wil hem graag zelf houden.
  • “als ik een half uur mijn collega eten op heb moet ik boeren”: Je zou voor minder, zo’n collega kan nogal zwaar op de maag liggen. Motilium nemen nadien, en niet te veel bruisende dranken drinken.
  • “churros wagen kopen”: Ik krijg opeens zin om mijn leven volledig om te gooien en mij er ook eentje aan te schaffen. Ik zou wel een heel slechte verkoopster zijn, met het motto “eentje voor de klant, eentje voor mij”.
  • “spaghetti broek”: Spaghetti gemorst op je broek? Je broek past niet meer na te veel spaghetti? Een broek met een spaghetti-print? Te intrigerend.
  • “forel mysterie”: Het Forel Mysterie, de nieuwe van Pieter Aspe, binnenkort in de boekenwinkel.
  • “multitasken is my middle name”: Die van mij is ‘bingewatchen’.
  • “mandarijnen stinken”: Nooit zat er zo veel waarheid in één zoekopdracht.
  • “slaap op het werk”: Ik denk niet dat dat mag. Behalve als je die ene persoon bent die zijn collega heeft opgegeten, dan mag je een kort dutje doen om te verteren.
  • “de winnende getallen zien in je droom”: Gelieve zo snel mogelijk contact op te nemen met mij.
  • “ik haat sinterklaas”: 😦
  • “wat is er aan de hand met win for life”: Ja, wat eigenlijk? Get your shit together, win for life.
  • “op dieet en verjaardag”: Eventjes serieus: als het je verjaardag is mag je niet diëten. Dat is verboden bij wet. Dus voor de persoon die dit zocht: laat je gewoon gaan, eet alles wat je wil, en geniét ervan. Herpak je gewoon morgen alsof er niets gebeurd is. En gelukkige verjaardag!
  • “om 7 uur s’avonds nog een eclair eten?”: Als je dezelfde persoon bent als hierboven en dus jarig bent: tuurlijk! Als je iemand anders bent: tuurlijk! Nu heb ik zin in een eclair.
  • “cake met mandarijntjes”: Neen. Gewoon neen. Mandarijnen zijn koud al duivelse stinkbommen, ik wil er niet eens aan denken hoe ze gaan ruiken als ze opgewarmd worden in een oven.
  • “samenwonen kreten”: HIP! HOP! SAMENWONEN AAN DE TOP!
  • “broek spant bij vrouw”: Story of my liiiiife.
  • En dan nog een laatste: “ik ga morgen een goede dag maken” Hier wil ik niet mee lachen, want deze vond ik gewoon hartverwarmend. Ik hoop oprecht dat het een goede dag is geweest voor deze zoeker.

Blijven zoeken, crazy animals. Ik word er blij van.

XO

Zamenvattende Zondag part XLII, editie zonder suiker

Het was al lang geleden, dus vandaag doen we nog eens een specialleke. We gaan niet de voorbije week zamenvatten, maar wel de voorbije maand. En we gaan ons focussen op één zintuig: proeven. Begin januari stopte ik met suiker eten, en ik had beloofd om daar een update van te geven. Ik geef vandaag uitleg bij de vragen die ik het meest kreeg, en ik smijt tussendoor ook een paar foto’s naar jullie hoofd van dingen die ik wél nog mag eten.

“Waarom doe je dit?”

Ik heb in deze post al uitgebreid uitgelegd waarom ik besloot om afscheid te nemen van suiker. Samengevat is het omdat ik mijn gezondheid niet langer op het spel wil zetten, en daar hoort ook gewicht verliezen bij.

Wortelburger (lange leve de Bio Planet) met spinazie en aardappels. Uiteindelijk at ik maar 1 aardappel, en gaf ik de tweede aan Het Vriendje.

Wortelburger (lange leve de Bio Planet) met spinazie en aardappels. Uiteindelijk at ik maar 1 aardappel, en gaf ik de tweede aan Het Vriendje.

“Hoe strikt ben je? Maak je uitzonderingen?”

Ik ben heel strikt, maar ik heb toch twee uitzonderingen gemaakt. Ik mag van mezelf wel nog aardappelen eten, en één lepel honing per dag.

Aardappelen omdat ik die reken tot de categorie groenten en fruit die natuurlijk gesuikerd zijn. Sommige mensen schrappen die groep ook als ze stoppen met suiker, maar dat zou ik echt niet kunnen. Een patat komt recht uit de grond op mijn bord, en is (voor zover ik weet) niet bewerkt. Dus dat mag. Maar dat betekent niet dat ik elke dag een gans bord aardappelen binnenspeel. Ik schat dat ik in die volledige maand misschien vier kleine aardappeltjes heb gegeten.

De honing is meer een twijfelgeval, en ik weet dat veel mensen dat zouden zien als vals spelen. Ik heb er zelf ook een dubbel gevoel bij. Maar ik hou het bij een kleine lepel per dag, en soms ook gewoon geen. Ik gebruik die lepel dan vooral om in een grote tas thee te doen. Ik drink ongelofelijk graag thee, vroeger met minstens anderhalf klontje suiker. Mijn dagelijkse warme tas zou ik niet kunnen laten, vooral omdat ik nu ook geen koffie meer drink. Voor de rest drink ik alleen maar water, en dan is iets warms wel welkom, zeker als het zo koud is als nu. Soms gebruik ik de lepel honing ook om door een natuuryoghurt te roeren. Op het werk gebruik ik “gewone” vloeibare honing, maar thuis heb ik een pot onbewerkte honing recht van bij de imker.

Maar buiten die twee dingen ben ik heel streng voor mezelf. Ik lees verpakkingen als een havik, en als er ergens suiker (of een synoniem) staat, ook al is het maar een halve gram op 100, dan laat ik het staan. En als ik geen verpakking vind, waag ik ook de gok niet. Ik gebruik ook geen vervangproducten als stevia of candarel.

Kip met wortelpuree (3/4 wortels, 1/4 aardappel).

Kip met wortelpuree (3/4 wortels, 1/4 aardappel).

“Lukt het goed om het vol te houden?”

Eigenlijk wel. Ik heb maar een paar dagen gehad, ergens in de derde week, waarin ik echt begon te snakken naar snoep en koeken en gebakjes. Op een bepaald moment had ik zelfs gewoon op google gezocht naar “taart” en zat ik een uur lang naar die foto’s te staren. Dat had waarschijnlijk met mijn (boys, doe jullie ogen en oren toe) menstruele cyclus te maken. Maar het gevoel van overwinning op mijzelf overheerst uiteindelijk wel. Ik mis alles (vooral taart en cake), maar ik ben nóg meer fier op mijzelf.

Wat ik wel lastig vind is de tijd die erin kruipt. Op zondag maak ik een weekmenu voor de week nadien, en omdat ik niet graag kook en ook niet creatief ben in de keuken, is dat voor mij echt een opgave die urenlang kan duren. Voordien bestelde ik af en toe boodschappen bij de Delhaize, maar ging ik vooral snel naar de Aldi bij ons om de hoek. Dat bestellen lukt helemaal niet meer, omdat ik dan geen etiketten kan lezen, en bij de Aldi hebben ze niet veel suikervrije opties. Dus de supermarktbezoekjes nemen een serieuze hap uit mijn vrije tijd. En dan nog dat koken zelf.. Zo goed als alles van nul vers maken, genoeg blijven variëren, ervoor zorgen dat we toch nog lékker eten want dat is uiteindelijk het belangrijkste,… Dat steekt mij soms wel tegen. Alleen uit groenten snijden haal ik nog wat plezier, omdat ik dat voor de tv kan doen 🙂

Een bijna dagelijkse hobby..

Een bijna dagelijkse hobby..

“Heb je al vals gespeeld?”

Ik heb drie keer vals gespeeld. Ik had mij voorgenomen om de dingen die al in mijn agenda stonden te laten staan en mij dan zo goed als mogelijk aan te passen, en gewoon geen nieuwe dingen in te plannen.

De eerste keer was in de eerste week, toen ik ’s avonds een nieuwjaarsetentje had met vriendinnen. Mijn BFF had gekookt, en ze had speciaal gemaakt waar ik weken voordien (toen ik het suiker-schrappen-plan nog niet had) naar had gevraagd. Dus ik vond dat ik het niet kon maken om dat dan niet op te eten, vooral omdat het op mijn eigen vraag dat menu was. Ik had haar op voorhand laten weten dat ik het hoofdgerecht zeker zou opeten, maar dat ze voor mij geen dessert moest voorzien. Ze is dan zo lief geweest om fruitsla te maken als dessert, zodat ik toch nog kon mee-eten. Wat zou de wereld een vreselijke plek zijn zonder vriendinnen hé? ❤

De tweede keer was een week later, toen ik naar een kaas-avond moest. Die stond ook al maanden ingepland, en omdat ik er zo naar uitkeek had ik ook geen zin om te vragen om hem speciaal voor mij te verzetten. En kaas mag ik eten, dus dat was uiteindelijk geen probleem. Ik heb daar gezondigd door 1 eetlepel chutney te eten. Een van de gastheren had speciaal voor mij broodjes zonder suiker gemaakt, zodat ik toch geen brood moest missen. Die heb ik nadien trouwens proberen namaken, het resultaat daarvan heb ik al getoond.

De derde keer was op de begrafenis van de nonkel van mijn papa. We gingen na de begrafenis nog mee naar de koffietafel. Ik had mij voorgenomen om daar niets te eten en gewoon te wachten tot thuis, maar ik had toch zo veel honger dat ik één (volkoren!) pistolet heb gegeten. Van de koffiekoeken of de koffie/thee met suiker ben ik wel braafjes afgebleven.

Heel donker brood zonder suiker met hummus en kerstomaatjes, met kikkererwtensoep van de Bio Planet.

Heel donker brood zonder suiker met hummus en kerstomaatjes, met kikkererwtensoep van de Bio Planet.

“Merk je daar nu eigenlijk iets van? Mentaal of lichamelijk?”

Als je de verhalen leest van andere mensen die suiker geschrapt hebben uit hun leven, dan zou je beginnen denken dat je er één grote bol bruisende energie van wordt. Dat is bij mij niet gebeurd. Ik had dat ook helemaal niet verwacht, omdat ik gewoon van nature niet veel bruisende energie heb. Ik ben een luie doos, en dat gaat niet drastisch veranderen door mijn eetgewoonten aan te passen. Ik heb ook geen last gehad van afkickverschijnselen, behalve dan dat ik in de eerste weken heel slecht sliep. Maar ik denk dat dat eerder te maken had met de situatie op mijn werk.

Er is wel iets dat merkbaar veranderd is, en hopelijk was dat niet gewoon toeval. Er is standaard één dag in de maand waarop ik gegarandeerd barstende hoofdpijn heb, en waar ik de dag niet doorkom zonder minstens een dafalgan en een driftbui. Dat is de dag (mannen, weer ogen en oren toe) voor mijn regels. Ik kan mijn klok daar gelijk op zetten, en ik weet van mijzelf dat ik die dag niets waard ben. En deze maand heb ik daar geen last van gehad, of toch niet zoals anders. ’s Ochtends had ik een heel klein beetje last van mijn hoofd, maar dat is later op de dag weggetrokken. Hopelijk is dat een blijvend effect!

Het grootste effect zat niet in mijn hoofd of in mijn lijf, maar in mijn portemonnee. Normaalgezien kom ik met mijn loon net rond, maar vorige maand heb ik meer dan 300 euro kunnen sparen. Gewoon door amper uit eten te gaan, geen zakken snacks te kopen in de cinema, en niet meer stukken taart te gaan eten in gezellige koffiehuisjes. Dat ga ik sowieso niet volhouden, want ik wil mijn sociaal leven niet volledig laten verdwijnen. Maar het was wel een leuk extraatje. Onze gezamenlijke rekening heeft wel afgezien deze maand. In plaats van naar de Aldi naar de Delhaize en ook regelmatig naar de Bio Planet, dat is toch een financiële aanpassing.

Slaatje met rode biet en geitenkaas. En een gigantische portie pijnboompitten.

Slaatje met rode biet en geitenkaas. En een gigantische portie pijnboompitten.

“Hoeveel ben je al afgevallen?”

Na vier weken was ik 2,6 kilogram kwijt. Dat is niet indrukwekkend veel, maar liever 2,6 die er ook af blijven dan 10 die er nadien dubbel en dik (hihi) weer bij komen. Ik voel dat mijn broeken losser zitten, en deze week hebben twee mensen gezegd dat je het toch al begint te zien. Zij hadden mij allebei al een maand niet meer gezien, dus voor hen zal het meer opgevallen zijn dan voor de mensen die mij elke dag zien.

En als jullie denken dat ik nu een maand honger heb gehad, dan mogen jullie op beide oren slapen. Van de dingen die ik wel nog mag eten, neem ik heel grote porties. Ik eet mij soms een ongeluk aan kaas of groenten, en eet bijna heel de dag door (gezonde) tussendoortjes.

Tussendoortjes voor mee te nemen naar het werk: griekse yoghurt, noten en kerstomaatjes.

Tussendoortjes voor mee te nemen naar het werk: griekse yoghurt, noten en kerstomaatjes.

“En wat nu? Een blij weerzien met taarten en snoepjes?”

Ik blijf gewoon lekker voortdoen. Mijn maand zit erop, maar ik ben mijn motivatie nog niet kwijt, dus waarom zou ik dan stoppen? Misschien zal ik mij iets minder gedragen als een complete dictator voor mezelf, maar ik blijf wel streng. Zo heb ik vrijdag op het werk ’s middags een schotel genomen waar een saus op lag waarvan ik niet weet of er suiker in zat of niet. Ik denk het wel. Maar dat is nog altijd beter dan mij terug op de dessertjes te storten, en dat ben ik absoluut niet van plan. De enige uitzondering die ik de komende weken ga maken is aan het einde van de maand, want dan ga ik met Het Vriendje op weekend. En weekends draaien voor ons (of toch zeker voor mij) heel vaak om eten, en misschien sta ik mijzelf dan wel wat meer toe dan anders.

Gelukkig heb ik vrienden en collega’s die heel begripvol zijn. Ik loop er zeker niet mee te koop, en ik vermeld het ook niet meer dan nodig is. Ik zou niet willen dat het overkomt als iets waar ik aandacht voor wil krijgen, want daar huiver ik zelf van. Maar iedereen weet wel dat ze mij geen traktaties of koekjes moeten aanbieden, en sommigen gaan zelfs een stapje verder. Donderdag kreeg ik van een collega een stuk zelfgebakken brood zonder suiker. Volgend weekend moeten we bij vrienden naar een pannenkoekenfeestje, en ik heb al een sms’je gekregen met de vraag of ze voor mij havermoutpannenkoeken moeten bakken. Dus dankjewel aan iedereen, dat betekent echt heel veel voor mij. En ook nog een klein bedankje voor het personeel van de Bio Planet, die altijd mét de glimlach klaarstaan met raad en ingrediëntenlijsten.

Pfoe, dit is langer geworden dan ik dacht. Aan iedereen die het tot hier heeft volgehouden, proficiat. En aan iedereen die afgehaakt is bij mijn menstruele cyclus, ook proficiat!

Tot in de week, voor de volgende #boostyourpositivity-challenge XO

#catsofinstagram

Ik ben altijd een klein beetje te laat met hypes, maar als ik ze dan uiteindelijk toch begin te volgen worden het volledige verslavingen. Het grootste voorbeeld hiervan is mijn digicorder. Toen de digitale tv een paar jaar geleden werd ingevoerd kon ik niet begrijpen waarom iemand dat zou willen. Ik heb er op school zelfs een soort spreekbeurt over gedaan, we moesten een betoog houden over iets waar we volledig tégen waren. En ik was daar dus van overtuigd hé jongens! De volle tien minuten lulde ik vol over hoe mensen minder met elkaar zouden praten omdat ze op een ander tempo tv keken, over spoilers, en over hoe oudere mensen dat niet zouden snappen. WIE WAS IK TOEN?! Pinterest is nog een goed voorbeeld. Ik snapte het nut niet, en liet het dus lang links liggen. Tot ik een paar maanden geleden een heuse mini-cursus kreeg van de Oreo-vriendin, en nu pin ik elke dag alsof mijn leven er van afhangt. Vooral op de wc. Uiteraard.

De beste verslaving waar ik veel te laat mee was, dat moet toch echt wel Instagram zijn. Mijn excuus is wel dat ik pas sinds een paar maanden een iPhone heb, en dat de fotokwaliteit van mijn vorige gsm’s volledig Instagram-onwaardig was. Ik dacht vroeger ook dat Instagram alleen maar een platform was met duizenden overbelichte selfies en slechte foto’s van borden eten. Dat is natuurlijk ook wel een beetje zo, maar er zijn ook heel veel accounts die de moeite waard zijn om te volgen. Je kan zelfs gemakkelijk echte fotografische pareltjes vinden. Maar daar gaat deze post niet over. Deze post gaat over de beesten die van de wereld een betere plaats maken, de dieren die van onverschillig naar moordmachine naar liefdevol kunnen gaan binnen de vier seconden, de meest elegante én lompe schepsels van onze aardbol. Katten. Instagram staat er vól van. Ik heb het eens geteld, en van de 170 accounts die ik volg zijn er 46 van dieren. Zes honden. Twee egels. Twee konijnen. Één hamster. Één chinchilla. En 34 katten. OEPSIE. En dat is dan nog omdat ik mijzelf heb opgelegd om niet volledig loco te gaan in het volgen van kattenaccounts. Vandaag bekeek ik alle accounts nog eens met een kritisch oog (het harde leven van een blogger), en deel ik met jullie de #catsofinstagram die je niet mag missen.

Kyle ziet er een beetje gek uit met zijn scheef oortje en bek met maar drie tandjes, maar is wel een echte lieverd. De eigenaars van Kyle adopteerden hem uit het asiel toen hij daar terechtkwam nadat in zijn gewelddadige thuis een moord werd gepleegd! Daarom zijn ze ook actief in campagnes tegen huiselijk geweld. Gelukkig heeft Kyle nu wel een goede thuis. En heel veel Instavolgers.

Shrampton heeft platte oortjes en zit meestal op zijn poep, als de chillste kat die ooit heeft bestaan. Ik denk dat er niet meer argumenten om hem te volgen nodig zijn, toch?

Alice en Finnegan zijn de móóiste katten uit dit lijstje. Ze hebben prachtig lang haar, en doordringende blauwe ogen. Hun baasjes hebben duidelijk veel talent voor dierenfotografie, en slagen er telkens in om A&F perfect te laten poseren. Hoe ze het doen, ik weet het niet, ik kan Poes niet eens in de lens laten kijken als ik haar in een wurggreep houd.

Katten met hun mond open. Want we weten allemaal dat het leukste aan een kat de kleine tandjes zijn.

Hank heeft meer stijl dan wij allemaal samen ooit zullen hebben. En dat is geen belediging voor mij of voor jullie, lieve lezers, maar gewoon een spijtig feit waar we ons bij zullen moeten neerleggen. Of denken jullie ooit zo cool te zijn als een kitten met een blauwe hoodie en een bijpassend hoedje? Ik dacht het niet.

Seamus en Angus zijn twee dikke rosse kattenbroers die elkaar graag masseren en wassen. Klinkt als een heel foute en vooral incestueuze fetisj, maar als het over katten gaat kan dat allemaal wat minder kwaad.

Crazy cat men. Ze bestaan. Prijs de hemel hiervoor. Oh, nog een aanrader op dat vlak is guyswithcats. Mmm.

Ik ging Lil Bub eigenlijk niet in dit lijstje zetten, omdat ze misschien al te bekend is. Maar uiteindelijk doe ik het toch, hoe meer mensen in aanraking komen met dit wonderlijke diertje, hoe beter. Spread the Bub-love! Lil Bub heeft genetische afwijkingen, ze heeft te veel teentjes, een te kleine onderkaak, dwerggroei, en osteoporose. Maar ze dartelt door het leven en gaat elke uitdaging aan. En je moet geen schuldgevoelens hebben als je de hele Bub Store leegkoopt, want de opbrengsten gaan deels naar de ASPCA (American Society for the Prevention of Cruelty to Animals). Een win-win-situatie voor iedereen.

En willen jullie mij nu excuseren, ik denk dat ik nu mijn eigen kat ga bedelven in mijn liefde, of ze dat nu wilt of niet.

Tot zondag! XO

Over een trage slak met een frank bakkes

Vandaag is het dag op dag een jaar geleden dat ik mijn rijbewijs haalde. In het begin durfde ik nog niet goed lange afstanden rijden, en nam ik telkens de weg die ik kénde, ook al deed ik er dan een half uur langer over. Na een jaar heb ik geleerd om te vertrouwen op mijn allerbeste vriend de GPS, en sjees ik door heel het land alsof ik nooit iets anders gedaan heb. Mijn auto stamt nog uit de prehistorie, en doet af en toe een beetje lastig. Zo ben ik vandaag uit het niets stilgevallen net voor de ingang van mijn werk. “Lekker even een file creëren, gezellig zo tijdens het spitsuur,” zal hij gedacht hebben. “Da’s goed voor de populariteit bij de collega’s.” Maar ik hou zo van hem. Of haar. Welk geslacht heeft een auto eigenlijk? Terwijl jullie nadenken over deze allesomvattende vraag, maak ik een lijstje van de belangrijkste en meest opvallende dingen die ik geleerd in 365 dagen op de baan.

Taxichauffeurs leven in een aparte fantasiewereld. Een wereld waar voor hen andere regels gelden en er ook geen andere auto’s op de baan zijn. Ze doen gewoon hun zin. Of het nu 50, 70 of 90 is, maakt allemaal niet uit. Gewoon zo snel mogelijk op hun bestemming geraken en alle andere weggebruikers moeten maar opflikkeren. Taxichauffeurs zijn de outlaws van de baan, de rebellen van de autostrade! (N.v.d.r. ik heb het hier alleen over de taxichauffeurs die ik al heb zien rijden, vooral in Brussel. Er zijn waarschijnlijk ook heel lieve en correcte taxichauffeurs.)

De kleinste move is blijkbaar ook de moeilijkste. Achterwaarts parkeren in een nipte plaats, geen probleem. Keren in een straat, no biggie. In de spits slalommen tussen camions en motards, pfoe, niks aan. Pinken? MO HOW ZEG. Ik ben er echt van geschrokken hoeveel mensen gewoon nooit hun richtingaanwijzers gebruiken. Niet om van baanvak te veranderen, niet om een straat in te slaan, en al zeker niet om een rotonde te verlaten. Ik denk dat er meer mensen pinken om de rotonde op te rijden dan om er weer af te rijden. Heel irritant als je staat te wachten om er bij te kunnen, en je daardoor een perfecte kans om er op te rijden mist.

Investeer in een goede GPS. Ik heb geen oriëntatievermogen. Nul, zero, niks. Als ik ga winkelen en ik stap uit een winkel, weet ik soms zelfs niet meer uit welke richting ik kom. Er zijn trajecten die ik volledig uit mijn hoofd ken en blindelings zou kunnen rijden. Van en naar mijn werk, van en naar mijn ouders, van en naar de winkel. En toch ga staat mijn GPS al-tijd op, voor het geval er ergens een wegomleiding zou zijn. Want als ik van mijn bekende routes moet afwijken zonder GPS, zelfs al is het maar voor één straat, ben ik volledig verloren. Dus ik ben meteen voor een goed model gegaan, ik heb er niet op bespaard want de zekerheid die het toestelletje mij geeft is onbetaalbaar.

De verkeersregels volgen is niet cool. Als ik 50 mag rijden, rij ik 50. Als ik 70 mag rijden, rij ik 70. Op de autostrade heb ik nog nooit sneller gereden als 120. En blijkbaar ben ik daardoor een trage slak die zo veel mogelijk toeterend ingehaald moet worden. Een van de frappantste dingen die ik iemand recent heb horen zeggen was tussen de soep en de patatten, over een boete die hij gekregen had door een verkeersovertreding. Het verhaal begon met: “Ik reed op een stuk waar ik 100 mocht, dus ik reed 120,…” En dan een gans verhaal, volledig verbouwereerd over de boete.

Voetgangers zijn onzichtbare en onvoorspelbare wezens die elke dag hun leven wagen. Pas sinds ik zelf met de auto rijd, besef ik hoe gevaarlijk én kwetsbaar voetgangers zijn. Ze lopen tussen de geparkeerde auto’s en springen dan tevoorschijn om snel-snel-snel over te steken tussen het rijdend verkeer. Ik geef toe dat ik dat zelf ook doe, ik ben zeker niet heilig, maar ik zie nu wel beter in hoe onzichtbaar ik dan ben voor mensen in de auto. Ik probeer nu iets minder toch nog over te lopen als het al rood is, en ik probeer ook meer oogcontact te maken met de chauffeur die mij moet overlaten, zodat ik zeker ben dat hij of zij mij gezien heeft. Én nadien doe ik dan een klein wuifke om hem/haar te bedanken, want ik weet nu ook dat dat beter overkomt.

Voor sommige mensen is hun auto gewoon een tweede woonkamer. Of badkamer. Ik heb al iemand gezien die zich aan het scheren was met een elektrisch apparaat. Of een vrouw die zich volledig maquilleert tegen 30 per uur. Het gekste was toen ik eens in mijn achteruitkijkspiegel zag dat de auto achter mij wat van links naar rechts aan het zwalpen was en ook veel te snel op mij af kwam gereden. Toen de auto dicht genoeg achter mij reed zodat ik kon zien wat hij aan het doen was, zag ik dat hij een stripverhaal aan het lezen was. Ik denk zelfs Suske en Wiske. OP DE AUTOSTRADE ZEG IK U!

Autorijden is de beste manier om nieuwe scheldwoorden te leren kennen. In het laatste jaar is mijn vuile vocabulaire minstens verdubbeld. Ik ben de meest vreedzame persoon die er is, ik haat conflicten en er is veel nodig om mij echt kwaad te krijgen. Maar zet mij achter het stuur van een auto en ik voel meteen een grote haat voor de ganse mensheid opkomen. Het lijkt wel alsof ik alle verbale agressie die ik in de rest van mijn leven onder controle heb in de auto naar boven laat komen. En dat maakt mij misschien even gevaarlijk als al die andere gekke mensen die ik hier boven vernoem!

Conclusie: ik ben een hele correcte saaie doos in de auto, behalve als het op scheldwoorden aankomt. Maar toch vooral saai. Zeker nu mijn radio nog altijd stuk is, en ik dus in complete stilte rijd. Voordien voerde ik ganse musicals op, wat meteen ook voor entertainment zorgde voor de auto’s rondom mij. Conclusie 2: sommige mensen zijn gewoon geschift.

Tot zondag!

XO

Het beste van 2014: Voelende Vrijdag

Allereerst een heel dikke merci voor alle reacties op de post van gisteren. Toen ik hem had geschreven en daarna had nagelezen, vroeg ik mij af of hij niet té eerlijk was. Te veel uit het hart, te weinig gefilterd voor mijn publiek. Maar toen besefte ik dat dat net zou voorbijgaan aan wie ik hier wil zijn: 100% mijzelf. Dus drukte ik toch op publiceren en ik ben blij dat ik dat heb gedaan. Dankjewel.

Vandaag de laatste post in de beste-van-2014-reeks! Ik moet zeggen dat ik mij er echt mee geamuseerd heb. Ik denk niet dat ik altijd elke dag zou kunnen bloggen, want na een tijdje ben ik ook gewoon uitgepraat, maar het was leuk om terug te kijken naar het afgelopen jaar. Vandaag blik ik terug over hoe ik mij gevoeld heb in 2014. Omdat ik niet wil dat deze post wordt zoals mijn dagdagelijkse emoties (CHAOS OVERAL), groepeer ik alles onder vier overheersende gevoelens.

TROTS

Mijn fierste moment van 2014 kwam al vrij vroeg in het jaar. Op 22 januari ging ik mijn praktisch examen met de rijschool doen, en ik was meteen geslaagd. Ik weet dat er mensen zijn met het IQ van een kip die ook met de auto kunnen rijden, maar toch ben ik heel fier op mijzelf hiervoor. Ik had een paar jaar voordien ook een poging gedaan om met de auto te leren rijden, maar toen heb ik het niet volgehouden. Half 2013 besloot ik om weer een poging te wagen, maar ik maakte er meteen een top secret project van. Enkel een handjevol mensen wisten waar ik aan begon. Ik had geen zin om er constant vragen over te krijgen, om onnodige tips naar mijn hoofd geslingerd te krijgen, en ik wou het vooral alléén doen. Iets wat ik zélf had gerealiseerd, zonder hulp, daar had ik nood aan. Dus ik schreef mij in voor de rijschool, in de zomer kreeg ik 20 uur les en nadien kocht ik een eigen autootje (mijn allerliefste lelijke Smart uit het stenen tijdperk). Toen ik slaagde voor mijn examen begon ik aan een overwinningstournee doorheen mijn vriendenkring. Ik verraste bijna iedereen door met hen casual langs mijn auto te wandelen en dan op het knopje van mijn sleutel te duwen. PING, lampen aan. Zalig. Vooral het gezicht van mijn ouders ga ik nooit ofte nimmer vergeten. Iedereen was toen heel fier op mij, maar niemand was fierder dan ikzelf. Mijn auto is niet zomaar een vervoersmiddel, maar een symbool voor mijn vrijheid en onafhankelijkheid. Ik durf vaak niet ergens alleen naartoe met de fiets, te voet of met het openbaar vervoer, maar mijn auto is voor mij een harnas dat ervoor zorgt dat ik toch kan doen wat ik wil. Lang leve mijn knalblauwe dinosaurus met groene zetels!

Dit is niet mijn auto. Maar die van mij is van hetzelfde bouwjaar denk ik.

Dit is niet mijn auto. Maar die van mij is van hetzelfde bouwjaar denk ik.

VERDRIET

In de zomer gingen twee van mijn beste vrienden, die al tien jaar een koppel waren, uit elkaar. In die tien jaar hebben wij heel veel van onze tijd samen gespendeerd. Eerst gewoon binnen onze gezamenlijke vriendenkring, maar sinds de komst van Het Vriendje nog meer omdat we toen allemaal in hetzelfde appartementsgebouw woonden. In die tien jaar zijn we vaak samen op reis geweest, samen op weekend, etentjes, tv-avonden, op café, gewoon wat rondhangen,… Toen we in hetzelfde gebouw woonden, zagen we elkaar zo goed als elke dag. Sinds wij ons huis hebben gekocht en dus vehuisden, zagen we elkaar minstens wekelijks. Vaak een paar keer per week. En opeens wordt dat omgegooid. Ik wil helemaal niet egoïstisch overkomen nu, want uiteraard zijn zij zelf degenen die er het meest onder lijden. Maar een breuk na zo’n lange tijd heeft impact op alles. Het was ook heel moeilijk om hen allebei ongelukkig te zien, en om te proberen om neutraal te blijven in de hele situatie. Op dat vlak was het een zomer om snel te vergeten.

RUST

Rust is misschien niet echt een emotie, maar rust in mijn agenda zorgt voor rust in mijn hoofd. En rust in mijn hoofd zorgt dan weer voor geluk. Als er één constante is in mijn leven, dan is het wel mijn haat-liefde-verhouding met mijn agenda en mijn sociaal leven. Ik heb veel vrienden, een leuk en actief leven, een lieve familie en veel bezigheden. Maar soms krijg ik het gevoel alsof al die bezigheden op mij afkomen als een pletwals. En ik heb de voorbije jaren geleerd om op de rem te gaan staan als ik dat gevoel krijg. En dan krijg je zo van die dingen als De Grote Voskosmos-Coconweek 🙂 Ik kan mijn batterijen alleen maar opnieuw opladen door volledig in mijn eigen schelpje te kruipen en er even niet uit te komen. Daarom heb ik ook zo genoten van de afgelopen kerstvakantie. Ik had bewust niets gepland, en deed elke dag gewoon waar ik zin in had. Ook heel rustgevend was het spontane weekje vakantie in Nederland met Het Vriendje in juni. Gewoon een week gaan relaxen, alles mag en niets moet. Heerlijk. Ik moet alleen leren om dat meer door te trekken in mijn dagdagelijkse leven, zonder dat ik er ganse themaweken voor moet in het leven roepen.

Een terrasje doen in Nederland. Gewoon zomaar. Dat is het leven.

Een terrasje doen in Nederland. Gewoon zomaar. Dat is het leven.

GELUK

Ik heb een nieuw schriftje gekocht voor de komende vijf jaar. Het heet “een vraag per dag”, en ik heb er mij echt al mee geamuseerd. Op 1 januari is het invullen gestart. Elke dag krijg je een vraag die je dan kort moet beantwoorden. De vragen zijn heel uiteenlopend, soms wat gewichtig (wie zijn de belangrijkste mensen in jouw leven?) maar vaak ook luchtig (met welk liedje zit je in je hoofd?). De vragen herhalen zich elk jaar, dus na vijf jaar heb je een overzicht van hoe je telkens hetzelfde of anders op een vraag kon antwoorden. Een van de vragen van deze week was: “Heb jij geluk? Waarom (niet)?” Ik heb geantwoord dat ik issues heb, soms ernstige, maar dat ik aan de basis wel geluk heb met mijn vrienden, familie, mijn leven en het feit dat ik in België geboren ben. De laatste maanden waren soms wel zwaar, vooral door de onzekerheid op mijn werk die heel erg op mij weegt, maar ik besef goed genoeg dat ik niet te klagen heb. Ik ben niet ziek, ik woon niet in een gebied waar elke dag de bommen rond mijn oren vliegen, en ik mag eigenlijk al blij zijn dat ik kan/mag werken. Punt. Dat neemt niet weg dat ik ook momenten heb waarin ik irrationeel kwaad of slechtgezind ben, soms zelfs gewoon omdat iemand mij bijvoorbeeld heeft voorgestoken in de winkel. Dat is menselijk, en ik vind dat iedereen daar recht op heeft. Maar op de vlakken die er écht toe doen, ben ik wel gelukkig.

Pfoe. Nu ben ik eventjes helemaal uitgetypt. Als jullie het niet erg vinden, ga ik de echte Zamenvattende Zondag van deze week overslaan. Ik kan het misschien nu al samenvatten: ik ging werken en ik schreef posts voor mijn blog. Dat was het zowat. Lekker saai.

Daaag 2014, en hallo 2015. We zijn nu al goede vrienden hé. Behalve die aanslagen. Dat mag stoppen. Bedankt.

XO

 

Bron foto auto